In een eerdere procedure heeft de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen gegrond verklaard en aan de minister een beslistermijn met dwangsom opgelegd. Ondanks deze uitspraak heeft de minister geen besluit genomen binnen de gestelde termijn. Eiseres heeft daarom opnieuw beroep ingesteld tegen het uitblijven van een besluit.
De rechtbank stelt vast dat het beroep ontvankelijk is en gegrond, omdat de minister nog steeds niet heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn van vier weken op, rekening houdend met het belang van een zorgvuldige besluitvorming en de overschrijding van de maximale termijn van 21 maanden volgens het 8+8-wekenmodel.
Daarnaast wordt aan de minister een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 7.500,-, voor elke dag dat de beslissing langer uitblijft. De minister wordt tevens veroordeeld in de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.