ECLI:NL:RBDHA:2025:1582
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinprocedure afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de Minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk is voor de behandeling op grond van de Dublinverordening. De rechtbank heeft het beroep op 24 december 2024 behandeld, waarbij eiser en zijn gemachtigde niet aanwezig waren.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit zorgvuldig is genomen. Het voornemen tot niet in behandeling nemen is een voorbereidingshandeling geweest waarop eiser heeft kunnen reageren. De minister heeft in het besluit gemotiveerd ingegaan op de relevante omstandigheden en de zienswijze van eiser.
Eiser vreesde indirect refoulement bij overdracht aan Frankrijk, omdat hij mogelijk naar Nigeria zou worden teruggestuurd waar hij vervolging vreest. De rechtbank volgt echter de jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak dat in een Dublinprocedure geen toetsing plaatsvindt van het risico op indirect refoulement zolang het interstatelijk vertrouwensbeginsel geldt. Dit is hier het geval.
De rechtbank concludeert dat de beroepsgronden onvoldoende zijn gemotiveerd en dat het beroep ongegrond moet worden verklaard. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter G.P. Loman en griffier E. Mulder op 10 januari 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard.