ECLI:NL:RBDHA:2025:16898
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag en verlenging overdrachtstermijn op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen twee besluiten van de minister van Asiel en Migratie: het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag omdat Polen verantwoordelijk is voor de behandeling (zaak NL25.4764) en de verlenging van de overdrachtstermijn tot achttien maanden (zaak NL25.9032).
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht heeft uitgegaan van de meerderjarigheid van eiser op basis van leeftijdsschouwen conform het beleid van de Vreemdelingencirculaire 2000. Eiser heeft onvoldoende bewijs geleverd om dit te weerleggen. Tevens bevestigt de rechtbank dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Polen nog steeds geldt, ondanks bezwaren over de opvangsituatie en mogelijke pushbacks. De minister heeft de verklaringen van eiser adequaat betrokken bij de besluitvorming.
Wat betreft de verlenging van de overdrachtstermijn is vastgesteld dat eiser zich heeft onttrokken aan de autoriteiten door zelfstandig uit de opvang te vertrekken zonder dit te melden, waardoor sprake is van onderduiken zoals bedoeld in artikel 29, tweede lid, van de Dublinverordening. De minister heeft de termijn daarom terecht verlengd.
Het beroep wordt in beide zaken ongegrond verklaard. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter M. van Harten op 12 september 2025.
Uitkomst: De beroepen van eiser tegen het niet in behandeling nemen van zijn asielaanvraag en de verlenging van de overdrachtstermijn zijn ongegrond verklaard.