ECLI:NL:RBDHA:2025:10793
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M. Emaus
- M. van Harten
- B. Koopman
- Rechtspraak.nl
Rechtbank bevestigt vertrouwen in Poolse asielprocedure ondanks tijdelijke opschorting
Eiseres diende op 4 januari 2025 een asielaanvraag in Nederland in, die door de minister op 21 maart 2025 niet in behandeling werd genomen omdat Polen volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling. Eiseres betwist dit en wijst op gewijzigde Poolse wetgeving die het recht op asiel tijdelijk opschort, en op risico's zoals pushbacks bij terugkeer.
De rechtbank analyseert recente jurisprudentie en concludeert dat de minister nog steeds mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel. De Poolse wetgeving betreft een tijdelijke opschorting aan de grens met Wit-Rusland en geldt niet voor Dublinclaimanten. Polen heeft een claimakkoord gesloten en garandeert behandeling conform Europese richtlijnen.
Eiseres' persoonlijke ervaringen in Polen, waaronder trauma en discriminatie, zijn onvoldoende onderbouwd en rechtvaardigen geen afwijking van het vertrouwensbeginsel. Ook de discretionaire bevoegdheid van de minister om de aanvraag onverplicht in behandeling te nemen is terecht niet toegepast.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en de minister hoeft geen proceskosten te vergoeden. De uitspraak bevestigt dat de gewijzigde Poolse wetgeving en berichtgeving geen reden vormen om de asielaanvraag van eiseres in Nederland te behandelen.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en de minister mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel voor Polen.