ECLI:NL:RBDHA:2025:17409
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Duitsland
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen. De minister baseerde dit besluit op de Dublinverordening, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. De rechtbank heeft het beroep zonder zitting behandeld en verklaart het ongegrond.
Eiser stelde dat hij in Duitsland onvoldoende bescherming geniet vanwege angst voor onmenselijke behandeling en onvoldoende medische zorg. Hij voerde aan dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing is en dat er sprake is van bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 17 van Pro de Dublinverordening. De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt en dat zijn medische klachten niet zijn onderbouwd.
De rechtbank concludeert dat de minister terecht is uitgegaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat geen sprake is van bijzondere, individuele omstandigheden die een overdracht aan Duitsland zouden verhinderen. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Duitsland.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en overdracht aan Duitsland blijft in stand.