Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Samenvatting
Procesverloop
Overwegingen
Bahaddar tegen Nederland, paragraaf 45 en bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling van 20 december 2024, ECLI:NL:RVS:2024:5298). Daarvoor is vereist dat wat een vreemdeling heeft aangevoerd en overgelegd onmiskenbaar tot het oordeel leidt dat verweerder bij uitzetting van die vreemdeling artikel 3 van Pro het EVRM zou schenden. De bestuursrechter moet beoordelen of zulke bijzondere feiten of omstandigheden zich voordoen. Dat vergt een zelfstandige toets van de bestuursrechter, die losstaat van de rechtmatigheid van het bestreden besluit. Deze beoordeling moet worden verricht in het licht van het standpunt van verweerder over wat de vreemdeling heeft aangevoerd en overgelegd en wat algemeen bekend is over het land van herkomst. Het standpunt van verweerder gaat in deze zaak over de geloofwaardigheid van het asielrelaas van de vreemdeling. Daarom moet worden getoetst of dat standpunt niet evident onjuist is (vgl. de uitspraak van de Afdeling van 5 december 2022, ECLI:NL:RVS:2022:3554, onder 3.3).