ECLI:NL:RVS:2022:3554
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- C.M. Wissels
- H.J.M. Baldinger
- Rechtspraak.nl
Vernietiging en terugwijzing wegens onvoldoende Bahaddar-beoordeling in asielzaak lesbische vreemdeling uit Oeganda
De vreemdeling, afkomstig uit Oeganda, had een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, gebaseerd op haar lesbische geaardheid en de daaruit voortvloeiende problemen in haar land van herkomst. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid wees deze aanvraag op 15 juli 2021 af, waarna de rechtbank Den Haag het beroep niet-ontvankelijk verklaarde wegens termijnoverschrijding.
De vreemdeling stelde hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Deze oordeelde dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd had of de zogenaamde Bahaddar-omstandigheden aanwezig waren, die een uitzondering vormen op de nationale procedureregels om schending van artikel 3 EVRM Pro te voorkomen. De rechtbank had zich slechts gebaseerd op het standpunt van de staatssecretaris dat de seksuele gerichtheid van de vreemdeling ongeloofwaardig was, zonder een zelfstandige toetsing en zonder actuele informatie over de positie van LHBTI’ers in Oeganda te betrekken.
De Afdeling stelde dat een hoge drempel geldt voor het aannemen van Bahaddar-omstandigheden, maar dat de rechtbank een deugdelijke en gemotiveerde beoordeling moet geven. Omdat dit ontbrak, werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met inachtneming van de motivering van de Afdeling. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van € 759,00.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor herbehandeling met een juiste Bahaddar-beoordeling.