ECLI:NL:RVS:2024:5298
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- J.Th. Drop
- J. Schipper-Spanninga
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring van asielaanvraag wegens te laat beroep en toepassing Bahaddar-exceptie
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid nam een aanvraag van een vreemdeling om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd niet in behandeling vanwege te late indiening van het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit, waarbij zij oordeelde dat de niet-ontvankelijkverklaring achterwege moest blijven op grond van de Bahaddar-exceptie.
De minister stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte geen niet-ontvankelijkverklaring toepaste, omdat niet was voldaan aan de strenge criteria van de Bahaddar-exceptie, die vereist dat onmiskenbaar is dat artikel 3 EVRM Pro wordt geschonden bij overdracht van de vreemdeling.
De Raad van State bevestigde dat de aangevoerde feiten en omstandigheden niet tot een dergelijke onmiskenbare schending leiden. Het voorwaardelijk incidenteel hoger beroep van de vreemdeling werd ongegrond verklaard omdat het geen relevante rechtsvragen bevatte. De uitspraak van de rechtbank werd vernietigd en het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.