Uitspraak
[minderjarige 1] , [minderjarige 2] en [minderjarige 3]
Rechtbank Den Haag
Eisers, een gezin met drie minderjarige kinderen en de Russische nationaliteit, vroegen op 6 juli 2024 asiel aan in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam hun aanvragen niet in behandeling omdat Frankrijk volgens het Dublinstelsel verantwoordelijk is voor de behandeling.
Eisers voerden aan dat zij in Frankrijk geen opvang kregen, medische klachten hadden en dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet van toepassing zou zijn. Ook stelden zij dat de belangen van de kinderen onvoldoende waren meegewogen en dat verweerder onzorgvuldig met standaardvoornemens had gewerkt. Daarnaast beriepen zij zich op artikel 17 van Pro de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig en voldoende gemotiveerd was. Het interstatelijk vertrouwensbeginsel blijft van toepassing op Frankrijk, omdat eisers onvoldoende objectieve gegevens leverden die het tegendeel aannemelijk maken. De belangen van de kinderen zijn volgens de rechtbank wel degelijk betrokken in de besluitvorming. Verweerder hoefde geen contact op te nemen met Franse autoriteiten en hoefde artikel 17 Dublinverordening Pro niet toe te passen.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd niet-ontvankelijk verklaard. Er is geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvragen wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.