ECLI:NL:RBDHA:2025:19181
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen voortduren maatregel bewaring vreemdeling Ghana
De minister van Asiel en Migratie legde op 22 april 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank had reeds meerdere malen eerdere vervolgberoepen behandeld en getoetst.
De rechtbank beoordeelde of sinds 22 september 2025 de maatregel onrechtmatig was geworden. Eiser voerde aan dat er geen zicht op uitzetting naar Ghana bestond, maar de rechtbank stelde vast dat de Ghanese autoriteiten de nationaliteit van eiser hadden bevestigd en geen aanwijzingen waren dat een laissez-passer zou worden geweigerd. Bovendien had eiser het onderzoek naar zijn identiteit gefrustreerd door onjuiste informatie te verstrekken.
Verder oordeelde de rechtbank dat de minister voldoende voortvarend had gehandeld door maandelijks rappelleren bij de Ghanese autoriteiten en het voeren van vertrekgesprekken. De belangenafweging van de minister, die het belang van voortzetting van de bewaring zwaarder achtte dan het belang van eiser bij invrijheidsstelling, werd bevestigd. Er waren geen medische omstandigheden of andere factoren die een andere uitkomst rechtvaardigden.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Tegen deze uitspraak is geen rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.