Eiser, een Libische asielzoeker die behoort tot een specifieke stam, diende op 4 oktober 2022 een opvolgende asielaanvraag in. De minister wees deze af op basis van het nieuwe risicoprofielenbeleid, terwijl de aanvraag onder het oude, gunstigere risicogroepenbeleid had moeten worden beoordeeld vanwege de overschrijding van de beslistermijn.
De rechtbank oordeelt dat verweerder de aanvraag ten onrechte aan het zwaardere risicoprofielenbeleid heeft getoetst, waardoor eiser ongunstig werd behandeld. Tevens is verweerder onvoldoende ingegaan op een deskundigenrapport dat aannemelijk maakt dat eiser vanwege zijn stamherkomst een reëel risico loopt op vervolging en ernstige schade bij terugkeer naar Libië.
Het deskundigenrapport toont aan dat de stam van eiser wordt gezien als pro-Khaddafi en dat leden van deze stam risico lopen op vervolging door islamitische milities en gedwongen rekrutering. Verweerder heeft dit rapport onvoldoende gemotiveerd weersproken en geen adequaat nader onderzoek verricht.
De rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel en draagt verweerder op binnen acht weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het oude risicogroepenbeleid moet worden toegepast en het deskundigenrapport serieus moet worden betrokken.
Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen en eiser krijgt een proceskostenvergoeding van € 2.721,- toegekend.