In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Den Haag geoordeeld over een tweede beroep van eiseres tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar asielaanvraag van 12 juli 2023.
Eerder had de rechtbank de minister opgedragen uiterlijk 7 juni 2025 een besluit te nemen en een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €7.500 opgelegd. De minister heeft echter niet binnen deze termijn beslist, waardoor het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond werd verklaard.
De rechtbank legt nu een nieuwe beslistermijn van acht weken op, ingaande de dag na de uitspraak, en verhoogt de dwangsom naar €100 per dag met een maximum van €15.000. Deze dwangsom dient als prikkel om het bestuursorgaan tot tijdige besluitvorming te bewegen. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op €453,50.
De rechtbank volgt hierbij de jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, waaronder het ‘8+8 wekenmodel’, en benadrukt dat bij overschrijding van de wettelijke bovengrens van 21 maanden een kortere beslistermijn passend is.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.