Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
[verweerster] ,
1.Het procesverloop
2.De feiten
3.Het verzoek en het verweer
4.De beoordeling
€ 135,00
Rechtbank Den Haag
In deze zaak stond centraal of de arbeidsovereenkomst van verzoekster, die meerdere opeenvolgende contracten voor bepaalde tijd had bij twee verbonden werkgevers, was omgezet in een contract voor onbepaalde tijd. Verzoekster was sinds 1 april 2022 in dienst bij een eerste werkgever en daarna bij de tweede werkgever, waarbij de ketenregeling van toepassing was. De werkgever had een brief gestuurd waarin werd bevestigd dat het contract niet zou worden verlengd na 30 juni 2025.
De kantonrechter stelde vast dat de ketenregeling inderdaad leidde tot een arbeidsovereenkomst voor onbepaalde tijd. De brief van de werkgever werd niet als een opzegging aangemerkt omdat de gebruikte terminologie paste bij een aanzegging en er geen aanwijzingen waren dat een opzegging bedoeld was. Hierdoor bleef het dienstverband bestaan.
De werkgever werd veroordeeld tot het hervatten van de salarisbetalingen vanaf 1 juli 2025, inclusief een gematigde wettelijke verhoging en rente. Tevens werd vastgesteld dat de werkgever gehouden is aan re-integratieverplichtingen. Verzoekster kreeg geen billijke vergoeding toegekend omdat dit niet was onderbouwd. De proceskosten werden aan de werkgever opgelegd.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is een contract voor onbepaalde tijd en de werkgever moet het loon vanaf 1 juli 2025 hervatten met wettelijke verhoging en rente.