ECLI:NL:RBDHA:2025:20231
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Beëindiging verblijfsrecht gemeenschapsonderdaan wegens ontbreken zorg- en opvoedingstaken
Eiser, een Colombiaanse vader met verblijfsrecht als verzorgende ouder van zijn Nederlandse zoon, werd geconfronteerd met de beëindiging van zijn verblijfsrecht door de minister van Asiel en Migratie. Verweerder stelde vast dat eiser niet langer zorg- en opvoedingstaken verricht voor zijn kinderen en dat er geen afhankelijkheidsrelatie bestaat die het vertrek van eiser zou verhinderen.
Eiser voerde aan dat hij nog steeds betrokken is bij de zorg en opvoeding, ondanks gewijzigde omstandigheden na scheiding, en dat het uitzetten in strijd is met artikel 8 EVRM Pro. De rechtbank oordeelde dat eiser onvoldoende bewijs leverde van daadwerkelijke zorg- en opvoedingstaken en dat verweerder hem voldoende gelegenheid had geboden om dit aan te tonen.
De rechtbank stelde vast dat de belangenafweging door verweerder zorgvuldig was uitgevoerd en dat het beëindigen van het verblijfsrecht niet in strijd is met het recht op gezinsleven. Ook was er geen schending van de hoorplicht. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het beroep tegen de beëindiging van het verblijfsrecht wordt ongegrond verklaard en het verblijfsrecht blijft beëindigd.