Eiser, een Somalische artiest die asiel aanvraagt in Nederland, kreeg zijn aanvraag afgewezen door de minister van Asiel en Migratie. De minister achtte zijn beroep en discriminatieclaims ongeloofwaardig en concludeerde dat er geen reëel risico op ernstige schade bij terugkeer naar Somalië bestond. Eiser had echter in Griekenland een verblijfsstatus met subsidiaire bescherming gekregen.
De rechtbank oordeelt dat de minister het interstatelijk vertrouwensbeginsel juist toepaste door het dossier bij de Griekse autoriteiten op te vragen en mee te wegen, maar dat onvoldoende rekening is gehouden met de subsidiaire bescherming in Griekenland. Hierdoor is het terugkeerbesluit en het inreisverbod onrechtmatig opgelegd.
De rechtbank vernietigt daarom het terugkeerbesluit en het inreisverbod, maar laat het overige besluit in stand. Tevens veroordeelt zij de minister tot betaling van proceskosten aan eiser. De uitspraak benadrukt de noodzaak van een integrale en zorgvuldige beoordeling van asielverzoeken en de juiste toepassing van Europese richtlijnen en jurisprudentie.