Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
Inleiding
Asielrelaas van eiser (in essentie weergegeven)
Bestreden besluit en voornemen (in essentie weergegeven)
Beoordeling door de rechtbank
Het interstatelijk vertrouwensbeginsel
“Gelet op een en ander moet op de gestelde vraag worden geantwoord dat artikel 3, lid 1, van verordening nr. 604/2013, artikel 4, lid 1, en artikel 13 van Pro richtlijn 2011/95, alsmede artikel 10, leden 2 en 3, en artikel 33, lid 1 en lid 2, onder a), van richtlijn 2013/32 aldus moeten worden uitgelegd dat een bevoegde autoriteit van een lidstaat, wanneer zij geen gebruik kan maken van de door laatstgenoemde bepaling geboden mogelijkheid om een verzoek om internationale bescherming van een verzoeker aan wie een andere lidstaat reeds een dergelijke bescherming heeft verleend, niet-ontvankelijk te verklaren omdat die verzoeker in die andere lidstaat een ernstig risico loopt dat hij wordt onderworpen aan een onmenselijke of vernederende behandeling in de zin van artikel 4 van Pro het Handvest, dat verzoek in het kader van een nieuwe procedure voor internationale bescherming overeenkomstig de richtlijnen 2011/95 en 2013/32 opnieuw individueel, volledig en naar de actuele stand van zaken moet onderzoeken. In het kader van dat onderzoek moet deze autoriteit echter ten volle rekening houden met de beslissing van de andere lidstaat om de aanvrager internationale bescherming te verlenen en met de elementen die deze beslissing ondersteunen.”
Wijze van beoordelen van een asielrelaas vanaf 1 juli 2024
Inhoudelijke beoordeling van het asielrelaas
Subsidiaire bescherming in Griekenland
Terugkeerbesluit en inreisverbod
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit van 22 januari 2025 voor zover daarin een terugkeerbesluit en inreisverbod zijn opgelegd;
- laat het bestreden besluit voor het overige in stand;
- veroordeelt de minister tot betaling van € 1.814,- aan proceskosten aan eiser.