ECLI:NL:RBDHA:2025:20707
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging tot voorlopig verblijf op grond van belangenafweging artikel 8 EVRM
Eisers, een gezin met de Eritrese nationaliteit, hebben een aanvraag ingediend voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) om als familie- of gezinsleden bij referente in Nederland te verblijven. De minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvraag afgewezen, waarna ook het bezwaar is verworpen. Eisers voeren aan dat zij niet terug kunnen naar Eritrea en dat het afwijzen van de aanvraag hun gezinsleven ernstig schaadt.
De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelt of de belangenafweging op grond van artikel 8 EVRM Pro correct is uitgevoerd. Verweerder heeft de identiteit en familierechtelijke relatie van sommige gezinsleden onderzocht en het voordeel van de twijfel gegeven waar nodig. De afwijzing is gebaseerd op een belangenafweging waarbij het nadeel van eisers en referente zwaarder weegt dan hun belang bij gezinshereniging.
De rechtbank oordeelt dat verweerder alle relevante feiten en omstandigheden heeft betrokken en dat de belangenafweging voldoende gemotiveerd is. Verweerder heeft onder meer meegewogen dat referente bewust heeft gekozen om bij haar vader in Nederland te verblijven, dat het contact op afstand kan worden voortgezet, en dat het restrictieve toelatingsbeleid en economische belangen van Nederland zwaar wegen. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit blijft in stand.