Eiseres maakte bezwaar tegen een besluit van het UWV waarin werd bepaald dat zij niet in aanmerking komt voor een Wajong-uitkering. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag. De rechtbank constateerde dat de beslistermijn was overschreden en dat het UWV geen nieuwe beslissing had genomen.
De rechtbank oordeelde dat in zaken waarbij een medische beoordeling door een verzekeringsarts vereist is, een bijzondere situatie geldt. Op basis van eerdere uitspraken stelt de rechtbank dat het UWV zes weken krijgt om de medische beoordeling te verrichten en daarna drie weken om een besluit te nemen, met een maximale termijn van negen weken na verzending van de uitspraak.
Omdat het UWV niet had aangegeven wanneer de medische beoordeling zou plaatsvinden, werd bepaald dat het UWV binnen zes weken na verzending van deze uitspraak de beoordeling moet uitvoeren en binnen drie weken daarna een besluit moet nemen. Tevens legde de rechtbank een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat de termijn wordt overschreden.
Daarnaast werd het betaalde griffierecht aan eiseres vergoed en werd verweerder veroordeeld tot betaling van proceskosten. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 7 november 2025.