Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV van 24 december 2024 waarin zij niet in aanmerking werd geacht voor een Wajong-uitkering. Nadat het UWV niet tijdig op het bezwaar had beslist, stelde eiseres beroep in bij de rechtbank Den Haag wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank stelde vast dat de beslistermijn was overschreden en dat het UWV nog geen nieuw besluit had genomen. Gezien het medisch karakter van de beoordeling en het tekort aan verzekeringsartsen oordeelde de rechtbank dat sprake was van een bijzonder geval, waardoor een langere termijn voor beslissing gerechtvaardigd is.
De rechtbank bepaalde dat het UWV binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een beslissing moet nemen, waarbij zes weken zijn gereserveerd voor de medische beoordeling door een verzekeringsarts en drie weken voor het besluit. Tevens legde de rechtbank een dwangsom op van €100 per dag bij overschrijding, met een maximum van €15.000.
Het betaalde griffierecht van €53 wordt aan eiseres vergoed. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en partijen kunnen binnen zes weken verzet aantekenen.