ECLI:NL:RBDHA:2025:20915
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buitenbehandelingstelling aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens niet betalen leges
Eiser, geboren in Peru met een Nederlandse vader, diende op 21 oktober 2022 een aanvraag in voor een verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd in het kader van wedertoelating. De minister stelde deze aanvraag buiten behandeling omdat eiser de leges van €207 niet betaalde en geen vrijstelling kon krijgen op grond van artikel 8 EVRM Pro.
De rechtbank heeft het beroep van eiser tegen deze buitenbehandelingstelling behandeld. Eiser voerde aan dat de minister ten onrechte geen belangenafweging had gemaakt en dat hij op grond van artikel 8 EVRM Pro vrijstelling van leges had moeten krijgen. Ook stelde hij dat de minister een verblijfsvergunning had moeten verlenen wegens schrijnende omstandigheden.
De rechtbank oordeelt dat de minister wel degelijk een belangenafweging heeft gemaakt en dat deze terecht in het nadeel van eiser uitviel, mede vanwege zijn beperkte banden met Nederland, het ontbreken van werk en het feit dat hij op straat leeft. Daarnaast is het beroep op schrijnende omstandigheden onvoldoende onderbouwd.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de aanvraag buiten behandeling blijft. De minister hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep tegen de buitenbehandelingstelling van de aanvraag verblijfsvergunning regulier wegens niet betalen van leges wordt ongegrond verklaard.