In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, uitspraak gedaan over het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit door de minister van Asiel en Migratie op haar asielaanvraag. Eiseres had eerder al een procedure aangespannen, waarbij de rechtbank had bepaald dat de minister uiterlijk op 15 juni 2025 een besluit moest nemen. De rechtbank had daarbij een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn werd overschreden, met een maximum van € 7.500,-. In deze tweede procedure stelt eiseres dat de minister niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag van 20 juli 2023. De rechtbank oordeelt dat de minister opnieuw in gebreke is gebleven en dat het beroep ontvankelijk en gegrond is. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op van vier weken, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze uitspraak. Indien de minister niet binnen deze termijn beslist, moet hij een dwangsom van € 100,- per dag betalen, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank oordeelt dat deze dwangsom een adequate prikkel is voor de minister om tijdig een besluit te nemen. Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 453,50.