AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep tegen niet-ontvankelijkverklaring van bezwaarschriften inzake beëindiging opvang in de Landelijke Vreemdelingen Voorziening te Groningen
Op 25 november 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak waarin eisers, die onderdak en begeleiding ontvingen in de Landelijke Vreemdelingen Voorziening (LVV) te Groningen, in beroep gingen tegen de niet-ontvankelijkverklaring van hun bezwaarschriften. De minister van Asiel en Migratie had besloten de LVV te beëindigen en de financiering stop te zetten, wat leidde tot de niet-ontvankelijkverklaring van de bezwaarschriften van eisers omdat deze te laat waren ingediend. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht had besloten dat de bezwaarschriften niet-ontvankelijk waren, omdat de indieningstermijn niet verschoonbaar was. De rechtbank benadrukte dat de beëindiging van de opvang geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) was, maar een feitelijke handeling. De rechtbank verklaarde de beroepen ongegrond en bevestigde de bestreden besluiten van de minister.
Voetnoten
1.Zie de samenwerkingsafspraken van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten en de staatssecretaris van Justitie en Veiligheid inzake de LVV van 29 november 2018; en het besluit van deze staatssecretaris van 25 maart 2019, nr. 2540879, houdende verlening van mandaat en machtiging LVV (Mandaatbesluit en machtiging LVV), Staatscourant 2019, 18281. Zie ook het Convenant Pilot-LVV van het gemeentebestuur van Groningen.
2.Zie de kamerbrief van 5 september 2024, Kamerstukken II 2023/24, 19 637, nr. 3272; en het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 29 november 2024, nr. 5868806, houdende intrekking van het Mandaatbesluit en machtiging LVV, Staatscourant 2024, 40224.
3.Artikel 8:14 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dit mogelijk.
4.Internationale Organisatie voor Migratie
5.zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 14 februari 2018, ECLI:NL:RVS:2018:518 6.Algemene wet bestuursrecht.
8.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
10.De Vreemdelingenwet 2000.
11.Dit volgt uit artikel 6:11 van de Awb.
12.Op grond van artikel 72, derde lid, van de Awb.
13.Zie de termijn in artikel 69 van de Vw 2000.
14.Zie de uitspraak van de Grote kamer van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 30 januari 2024, ECLI:NL:CBB:2024:31.