ECLI:NL:RBDHA:2025:22428

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
18 november 2025
Publicatiedatum
27 november 2025
Zaaknummer
11725652 MB VERZ 25-3982
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 2, derde lid, tweede volzin, WahvArt. 6 EVRMArt. 9, tweede lid, WahvBesluit van 20 december 2023 (Stb. 2023, 518)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toetsing verkeersboete aan evenredigheidsbeginsel en effectiviteit Wahv

De zaak betreft een beroep tegen een verkeersboete van €155,- wegens een snelheidsovertreding binnen de bebouwde kom. De gemachtigde voerde aan dat de foto’s onleesbaar waren en dat de boete disproportioneel was vanwege een recente verhoging van boetebedragen. De kantonrechter oordeelt dat het kenteken op de foto duidelijk zichtbaar is en wijst het beroep af.

De kantonrechter bespreekt het arrest van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 31 juli 2025, waarin het hof het vaste boetebedrag in algemene zin toetste aan het evenredigheidsbeginsel en concludeert dat het hof hiermee als regelgever optrad, wat niet passend is in een democratische rechtsstaat. Daarom wijkt de kantonrechter van dit arrest af.

Verder wordt benadrukt dat de wetgever met de Wahv beoogde een vereenvoudiging van de afdoening van lichte verkeersovertredingen, maar dat de praktijk inmiddels is verzadigd met kansloze zaken en juridische onzekerheid. De kantonrechter geeft een duidelijk signaal aan de wetgever om de Wahv te herzien om de rechtsbescherming en efficiëntie te verbeteren.

Het beroep wordt ongegrond verklaard, zonder proceskostenveroordeling. De kantonrechter bevestigt dat de rechter een volledige toetsingsbevoegdheid heeft in individuele gevallen, maar dat toetsing van boetebedragen in algemene zin niet tot de rechterlijke taak behoort.

De uitspraak is gedaan door kantonrechter J.R.K.A.M. Waasdorp en griffier F.E. Heespelink, en is openbaar uitgesproken op 18 november 2025.

Uitkomst: Het beroep tegen de verkeersboete wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Zittingsplaats Den Haag
CJIB-nummer: 265379255
Registratienummer team straf: 11725652 MB VERZ 25-3982
Uitspraakdatum : 18 november 2025
Beslissing van de kantonrechter, tevens houdende het opgemaakte proces-verbaal van de zitting
in de zaak van

[betrokkene]

[adres] , [postcode] te [woonplaats]
hierna: betrokkene
gemachtigde: J.A. Deckers (Verkeersboete.nl)
vertegenwoordiger van de officier van justitie: O. El-Hagoug

Het verloop van de procedure

Datum verkeersboete: 11 april 2024.
Datum beslissing officier van justitie: 5 december 2024.
Datum zitting: 18 november 2025.
Aanwezige procespartijen: de gemachtigde en de vertegenwoordiger.

Samenvatting

Voor verkeersovertredingen die onder de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften (Wahv) vallen, geldt een zogeheten vast boetebedrag. In het arrest van 31 juli 2025 [1] is het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden ingegaan op de toetsing van een vast boetebedrag aan het evenredigheidsbeginsel. In deze uitspraak wijkt de kantonrechter gemotiveerd van dit arrest af. Tevens geeft hij een signaal aan de wetgever over de effectiviteit van de Wahv.

Overwegingen

Verkeersboete
1. Het gaat om een bedrag van € 155,- inclusief administratiekosten wegens overschrijding met 13 km/h van de maximumsnelheid binnen de bebouwde kom op 2 april 2024 (feitcode VA013).
Standpunten
2 De beroepsgronden houden in de kern het volgende in:
- Het dossier bevat geen goede foto’s van de verweten gedraging, nu deze onleesbaar zijn en niet aan de geldende beoordelingskaders voldoen;
- De verkeersboete is disproportioneel, gelet op de verhoging met 10% van verkeersboetes per 1 maart 2024.
3 De gemachtigde heeft ter zitting gepersisteerd bij de beroepsgronden. De vertegenwoordiger heeft voorgesteld het beroep ongegrond te verklaren. Op de foto in het dossier is duidelijk het kenteken van het voertuig te zien. Verder moet het openbaar ministerie volgens de vertegenwoordiger uitgaan van de bedragen zoals de regelgever die per 1 maart 2024 heeft vastgesteld.
Oordeel
4 In het dossier zit het zaakoverzicht, aangevuld met een foto van de verweten gedraging. Die foto is weliswaar donker, maar daarop is zeer duidelijk het kenteken van het voertuig van betrokkene leesbaar. De beroepsgrond hierover slaagt niet.
5 Voor verkeersovertredingen die onder de Wahv vallen, geldt een zogeheten vast boetebedrag. De wetgever heeft bepaald dat het vaste boetebedrag nooit hoger kan zijn dan een geldboete van de eerste categorie. [2] Ten tijde van belang was dit € 515,-. Bij het Besluit van 20 december 2023 heeft de regelgever ervoor gekozen de boetebedragen per 1 maart 2024 met 10% te verhogen. [3] ​Hiervan is 5,7% inflatie en de resterende 4,3% een bijdrage aan de rijksbrede dekkingsopgave. In het arrest van 31 juli 2025 heeft het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden geoordeeld dat het Besluit niet onverbindend is. Dit oordeel brengt mee dat de daarin opgenomen (verhoogde) boetebedragen het uitgangspunt zijn, zodat voor toetsing in zijn algemeenheid van die bedragen aan het evenredigheidsbeginsel geen ruimte meer is. Vervolgens heeft het gerechtshof echter beoordeeld of het vaste boetebedrag van € 160,- voor het als bestuurder van een fiets tijdens het rijden vasthouden van een mobiel elektronisch apparaat in redelijke verhouding staat tot de ernst van deze gedraging. Dit is een toetsing in zijn algemeenheid van het genoemde boetebedrag aan het evenredigheidsbeginsel. Aldus is het gerechtshof zelf als regelgever opgetreden. Dit kan in een democratische rechtsstaat niet de bedoeling zijn en maakt het arrest van 31 juli 2025 bovendien innerlijk tegenstrijdig. Al hierom wijkt de kantonrechter van dit arrest af.
6 Overigens heeft het arrest van 31 juli 2025 tot gevolg dat in weerwil van de verbindendheid van het Besluit elk bestaand vast boetebedrag in zijn algemeenheid aan het evenredigheidsbeginsel kan worden getoetst. Dat zijn er enkele duizenden. De kantonrechter vreest dan ook voor een flinke toename van het aantal zaken, terwijl de voorraadkasten al vol liggen. Zo worden zaken die vanuit maatschappelijk oogpunt van groter belang zijn, steeds verder verdrongen.
7 De kantonrechter ziet geen reden om het Besluit onverbindend te verklaren. De regelgever heeft zelf al de evenredigheid van de verhoging met 5,7% beoordeeld. [4] Dat geldt niet kenbaar voor de (verdere) verhoging met 4,3%. Dit formele motiveringsgebrek maakt het Besluit op zichzelf echter niet onverbindend. [5] Van strijd met een of meer materiële algemene rechtsbeginselen is de kantonrechter niet gebleken. Dit brengt mee dat de in het Besluit opgenomen (verhoogde) boetebedragen per 1 maart 2024 het uitgangspunt zijn. Een toetsing in zijn algemeenheid van die bedragen aan het evenredigheidsbeginsel gaat de rechterlijke taak te buiten.
8 De kantonrechter is verder van oordeel dat de uit artikel 6 van Pro het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden voortvloeiende verplichting om in het individuele geval het boetebedrag aan het evenredigheidsbeginsel te toetsen al is gecodificeerd in artikel 9, tweede lid, van de Wahv. In de memorie van toelichting bij de Wahv staat onder meer het volgende:
“In het onderhavige wetsontwerp […] is de beoordelingsmarge voor de officier van justitie en de kantonrechter gelijk. Beide instanties hebben de bevoegdheid de beslissing van de politieambtenaar tot oplegging van de administratieve sanctie respectievelijk de beslissing van de officier van justitie volledig te toetsen.
Artikel 9 bevat Pro ter zake een voorziening. In het tweede lid van dat artikel zijn de gronden opgenomen welke in beroep kunnen worden aangevoerd. De kantonrechter kan de beslissing van de officier van justitie volledig toetsen. Wij zijn de commissie gevolgd in haar voorstel om niet de in het algemeen rechtsbewustzijn levende beginselen van behoorlijk bestuur op te nemen als beroepsgrond en daarmee als toetsingscriterium voor de rechter. Wij delen de opvatting van de commissie dat een dergelijke opneming aan de twee hierboven genoemde beroepsgronden weinig of niets zou toevoegen.
Resumerend: de rechter heeft een volledige toetsingsbevoegdheid ten aanzien van de vragen of de gedraging inderdaad is verricht; of het bedrag van de administratieve sanctie in overeenstemming met de wettelijke regeling is bepaald dan wel of zich omstandigheden voordeden welke de officier van justitie hadden moeten doen afzien van het opleggen van een administratieve sanctie en ten slotte of de persoonlijke omstandigheden van dien aard zijn dat betaling van de administratieve sanctie niet geheel kan worden gevergd.” [6]
9 Deze volledige toetsingsbevoegdheid, neergelegd in artikel 9, tweede lid, van de Wahv, maakt al dat de kantonrechter aan de hand van alle relevante omstandigheden van het geval beoordeelt of toepassing van het vaste boetebedrag in het individuele geval passend is. Het evenredigheidsbeginsel ligt in deze volledige toetsingsbevoegdheid besloten.
10 De gedraging staat vast. Er zijn geen omstandigheden aannemelijk geworden die maken dat de verkeersboete achterwege moet blijven of dat het boetebedrag moet worden gematigd.
Conclusie
11 Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Signaal aan de wetgever

12 De wetgever heeft in 1989 met de Wahv beoogd een vereenvoudiging aan te brengen in de wijze van afdoening van lichte verkeersovertredingen. De uitgangspunten zijn onder meer het terugdringen van de werklast van de politie, het openbaar ministerie en de rechterlijke macht, en het waarborgen van een deugdelijke rechtsbescherming van de burger. In de memorie van toelichting bij de Wahv staat hierover het volgende:
“Ons uitgangspunt dat de nieuwe regeling de werklast van degenen die bij de huidige wijze van afdoening van lichte verkeersovertredingen zijn betrokken terug zal moeten dringen, wordt ingegeven door de overweging dat deze instanties momenteel met een overstelpende hoeveelheid werk worden geconfronteerd; werk dat in een groot aantal gevallen zinloos is en niet opweegt tegen het belang van de zaken waarom het gaat. De tijd die daarmee gemoeid is, kan beter worden besteed aan zaken die daarvoor meer in aanmerking komen (zwaardere zaken zoals fraudezaken).” [7]
13 Na 35 jaar Wahv stelt de kantonrechter vast dat van de onder 12 geformuleerde uitgangspunten weinig terecht is gekomen. Rechtbanken worden overspoeld met - inhoudelijk vooral kansloze - zaken over verkeersboetes en jurisprudentie van het gerechtshof heeft hierop een aanzuigende werking. Hierbij speelt ook het fenomeen van zogeheten
no cure no pay-bureaus die procedures voeren om een proceskostenvergoeding te krijgen in plaats van om rechtsbijstand te verlenen. [8] Daar komt bij dat de Hoge Raad de afgelopen jaren meerdere arresten van het gerechtshof heeft gecasseerd in het belang der wet. [9] Dit heeft in de praktijk tot (rechts)onzekerheid en veel onnodig werk geleid. Al deze ontwikkelingen hebben een negatieve invloed op het bieden van effectieve rechtsbescherming aan de burger tegen de overheid. De kantonrechter acht dit zorgwekkend. Een herziening van de Wahv lijkt dan ook voor de hand te liggen. Het is aan de wetgever om dit signaal op te pakken en naar bevind van zaken te handelen.

Beslissing

De kantonrechter verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.R.K.A.M. Waasdorp, kantonrechter, bijgestaan door
F.E. Heespelink, griffier, en in het openbaar uitgesproken.
De griffier De kantonrechter
Als u het met de beslissing op uw beroep niet eens bent, dan kunt u binnen zes weken na toezending van deze beslissing hoger beroep instellen bij het gerechtshof Arnhem - Leeuwarden, maar alleen als:
a. de u opgelegde administratieve sanctie meer dan € 110,00 bedraagt, of
b. uw beroep niet-ontvankelijk is verklaard omdat u niet of niet op tijd zekerheid heeft gesteld.
Het beroepschrift moet worden ingediend bij de rechtbank Den Haag, Team Straf en dient door degene die het beroep heeft ingesteld of door zijn gemachtigde te zijn ondertekend.
De wet gaat uit van een geheel schriftelijke procedure in hoger beroep, tenzij door u bij het beroepschrift uitdrukkelijk om een mondelinge behandeling van de zaak is verzocht.
Het instellen van hoger beroep per e-mail is niet mogelijk.

Voetnoten

2.Zie art. 2, derde lid, tweede volzin, van de Wahv.
3.Besluit van 20 december 2023 tot wijziging van de bijlage, bedoeld in artikel 2, eerste lid, van de Wet administratiefrechtelijke handhaving verkeersvoorschriften en de bijlagen bij het Besluit OM-afdoening in verband met onder meer de jaarlijkse indexering van de tarieven (
5.Zie de uitspraak van het College van Beroep voor het bedrijfsleven van 26 maart 2024, ECLI:NL:CBB:2024:190.
8.Zie bijv. de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 17 maart 2023, ECLI:NL:RBDHA:2023:3370 en - recent - de uitspraken van de rechtbank Midden-Nederland van 10 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6200 en van 17 november 2025, ECLI:NL:RBMNE:2025:6202 en ECLI:NL:RBMNE:2025:6206.
9.Zie de arresten van 7 april 2020, ECLI:NL:HR:2020:563, van 16 juni 2020, ECLI:NL:HR:2020:1055, van 9 juli 2024, ECLI:NL:HR:2024:1012 en van 24 juni 2025, ECLI:NL:HR:2025:985.