ECLI:NL:RBDHA:2025:22742

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 november 2025
Publicatiedatum
2 december 2025
Zaaknummer
NL25.47417 en NL25.47421
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Asielaanvraag van Oeigoeren uit China niet-ontvankelijk verklaard wegens veilig derde land Turkije

In deze zaak hebben eisers, een echtpaar van Chinese afkomst en Oeigoeren, asiel aangevraagd in Nederland. Eiser heeft op 30 september 2025 en eiseres op 6 september 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel ingediend. De Minister van Asiel en Migratie heeft deze aanvragen op 24 september 2025 afgewezen als niet-ontvankelijk, omdat Turkije als veilig derde land wordt beschouwd. Eisers hebben hiertegen beroep ingesteld. De rechtbank heeft de beroepen gelijktijdig behandeld op 13 november 2025. De rechtbank oordeelt dat de Minister ten onrechte de verkeerde toetsingsvolgorde heeft gehanteerd en onvoldoende onderzoek heeft gedaan naar de veiligheid van Turkije voor eisers. De rechtbank concludeert dat Turkije voor eisers als veilig derde land kan worden aangemerkt, omdat zij daar eerder hebben verbleven en er geen concrete aanwijzingen zijn dat zij daar niet veilig zouden zijn. De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond, wat betekent dat eisers geen recht hebben op asiel en de aanvragen terecht zijn afgewezen. De rechtbank wijst erop dat de situatie van Oeigoeren in Turkije niet voldoende is om aan te nemen dat eisers daar niet veilig zijn. De rechtbank benadrukt dat de Minister de aanvragen op goede gronden niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat de terugkeer naar Turkije en het inreisverbod gerechtvaardigd zijn.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.47417 en NL25.47421

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaken tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer 1] , eiser,
[eiseres], V-nummer: [v-nummer 2] , eiseres,
tezamen aangeduid als eisers,
(gemachtigde: mr. B. Manawi),
en

de Minister van Asiel en Migratie, verweerder,

(gemachtigde: C.A. van Es).

Procesverloop

1. Eiser heeft op 30 september 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Eiseres heeft op 6 september 2025 een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met de bestreden besluiten van 24 september 2025 deze aanvragen in de algemene procedure afgewezen als niet-ontvankelijk [1] .
1.1.
Eisers hebben beroep ingesteld tegen de bestreden besluiten.
1.2.
De rechtbank heeft de beroepen gelijktijdig op 13 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eisers, de gemachtigde van eisers, T. Yilihamu als tolk en de gemachtigde van verweerder.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser is geboren op [geboortedatum 1] 1996. Eiseres is geboren op [geboortedatum 2] 2002. Eisers hebben de Chinese nationaliteit en zij behoren tot de Oeigoeren. Eisers zijn op religieuze wijze met elkaar getrouwd. Eiser is uit China vertrokken om in vrijheid te kunnen studeren. Eiseres is uit China vertrokken, omdat haar familie zich niet veilig voelde in China. Eiser heeft van 2014 tot 2025 rechtmatig in Turkije verbleven. Eiseres heeft van april 2016 tot 2025 rechtmatig in Turkije verbleven. Eisers stellen dat zij zijn weg gegaan uit Turkije, omdat hun verblijfsvergunning is ingetrokken.
Het bestreden besluit
3. Verweerder vindt dat Turkije voor eisers als veilig derde land kan worden beschouwd. Eisers hebben allereerst een band met Turkije. Ook is het volgens verweerder aannemelijk dat eisers opnieuw tot Turkije zullen worden toegelaten. Bovendien is niet gebleken dat Turkije voor eisers niet veilig is. Gelet hierop, heeft verweerder de aanvraag van eisers niet-ontvankelijk verklaard. Ook dienen eisers onmiddellijk te vertrekken naar Turkije en is er een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd.
Wat vinden eisers in beroep?
4. Allereerst heeft verweerder ten onrechte de verkeerde toetsingsvolgorde gehanteerd. Verweerder had volgens Afdelingsjurisprudentie [2] eerst moeten nagaan of Turkije in algemene zin veilig is, waarna kan worden onderzocht of de vreemdeling een zodanige band heeft dat het voor hem kan worden aangemerkt als veilig derde land. Uit Afdelingsjurisprudentie volgt dat verweerder zelf actief en aan de hand van actuele, objectieve en verifieerbare informatiebronnen moet onderzoeken of een land aan de in artikel 3.106a van het Vreemdelingenbesluit genoemde beginselen voldoet, voordat het kan worden aangemerkt als veilig derde land. Door enkel passages te herhalen uit ambtsberichten voor 2021 heeft verweerder dit onvoldoende gedaan. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte aangenomen dat eisers een band hebben met Turkije. Ook betekent eerder verblijf in Turkije niet dat eisers daardoor ook daadwerkelijk bescherming kunnen krijgen. Verder heeft verweerder ten onrechte aangenomen dat de toelating tot Turkije aannemelijk is. Verweerder heeft in strijd met Afdelingsjurisprudentie geen concreet onderzoek verricht naar de toelatingspraktijk van Turkije. Bovendien hebben eisers verklaard dat hun gegevens niet langer zichtbaar zijn in het Turkse digitale registratiesysteem en dat Oeigoeren zonder vergunning worden gedetineerd en uitgezet. Daarnaast heeft verweerder miskent dat de situatie van Oeigoeren in Turkije sinds 2017 is verslechterd, zoals blijkt uit de overgelegde brief van VluchtelingenWerk (VWN) Nederland. Tot slot zijn het terugkeerbesluit en het inreisverbod onzorgvuldig en disproportioneel, nu de asielaanvraag ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard.
4.1.
Ten aanzien van eiseres wordt nog het volgende aangevoerd. Verweerders redenering dat er meer documenten overgelegd hadden moeten worden is onzorgvuldig zonder te specificeren welke stukken er ontbreken of waarom de overlegde documenten onvoldoende zijn. Daarnaast heeft verweerder ten onrechte tegengeworpen dat eiseres zelf informatie kan opvragen bij de Turkse autoriteiten, nu zij heeft aangevoerd dat zij niet langer toegang heeft tot het systeem.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
5. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
Toetsingskader
6. Verweerder kan op grond van artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, van de Vw een aanvraag niet-ontvankelijk verklaren als een derde land voor die vreemdeling als veilig derde land kan worden beschouwd. Met het IB 2024/26 staat vast dat verweerder Turkije in zijn algemeenheid niet als een veilig derde land aanmerkt. In geschil is of verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat Turkije voor eisers wel als veilig derde land aan te merken is.
6.1.
Verweerder kan in een concreet geval beoordelen of een land voor de specifieke vreemdeling een veilig derde land is. Aan die tegenwerping moet gedegen onderzoek ten grondslag liggen. Verweerder moet bepaalde informatiebronnen over de algemene situatie in een bepaald land bij zijn oordeel betrekken, en het door hem verrichte onderzoek en de daarop gebaseerde beoordeling ook inzichtelijk maken. Uit dit onderzoek moet blijken dat een vreemdeling in het derde land overeenkomstig de beginselen, genoemd in artikel 3.106a, eerste lid, van het Vreemdelingenbesluit 2000 zal worden behandeld. Als verweerder aan de hand van zorgvuldig onderzoek deugdelijk heeft gemotiveerd dat een vreemdeling in het derde land volgens de hiervoor bedoelde beginselen wordt behandeld, kan hij dit alleen tegenwerpen als die vreemdeling een zodanige band heeft met dat land dat het voor die vreemdeling redelijk zou zijn daar naartoe te gaan. [3] Bovendien kan verweerder alleen tegenwerpen dat een derde land voor een specifieke vreemdeling een veilig derde land is, als verweerder aannemelijk heeft gemaakt dat die vreemdeling wordt toegelaten tot dat land.
6.2.
Verweerder moet aan de hand van informatie uit algemene bronnen, of op basis van de verklaringen van die vreemdeling, redenen aandragen waarom toelating in beginsel mogelijk moet zijn. Vervolgens is het aan die vreemdeling om met tegenbewijs te komen door voldoende twijfel te zaaien dat de door verweerder geschetste mogelijkheden om toegang te krijgen tot dat land in zijn of haar geval niet aanwezig zijn. [4] Daarnaast is het aan de vreemdeling om inspanningen te verrichten om daadwerkelijk te worden toegelaten tot het veilige derde land, tenzij niet van hem of haar kan worden verlangd dat hij of zij opnieuw probeert toegang tot en verblijf in dat land te krijgen.
6.3.
Een inhoudelijke beoordeling van de situatie in een bepaald land is overbodig indien niet kan worden geoordeeld dat de band van een vreemdeling met dat land zodanig is dat het voor hem redelijk is daar naartoe te gaan of aannemelijk is dat die vreemdeling niet wordt toegelaten tot dat land. Verweerder dient die vragen te beantwoorden voordat wordt toegekomen aan de vraag of die vreemdeling in dat land wordt behandeld overeenkomstig de vereisten waaraan een veilig derde land moet voldoen. [5]
Mocht verweerder Turkije als veilig derde land aanmerken voor eisers?
7. Allereerst volgt de rechtbank het standpunt van eisers niet dat verweerder ten onrechte een verkeerde toetsingsvolgorde heeft gehanteerd. Volgens eisers blijkt uit Afdelingsjurisprudentie [6] dat verweerder eerst had moeten nagaan of Turkije in algemene zin veilig is, waarna kan worden onderzocht of de vreemdeling een zodanige band heeft dat het voor hem kan worden aangemerkt als veilig derde land. Gelet op hetgeen onder 5.3 is overwogen, is dit standpunt van eisers niet juist.
7.1. Verweerder mocht zich verder op het standpunt stellen dat de verblijfsvergunning van eisers niet is ingetrokken. Door eisers is namelijk niet aangetoond dat zij geen verblijfsrecht meer zouden hebben, terwijl zij wel in de gelegenheid zijn gesteld om dit te onderbouwen. Verweerder heeft daarbij mogen tegenwerpen dat niet is gebleken dat eisers enige inspanning hebben verricht om alsnog aan documenten te komen. Eisers hebben aangevoerd dat het moeilijk voor hen was om aan documenten te komen, omdat zij in bewaring zitten en omdat eiseres laaggeletterd is. Verweerder heeft mogen vinden dat van eisers mag worden verwacht dat zij meer documenten hadden overgelegd om hun verblijfsrecht in Turkije aan te tonen, ook al zitten eisers in bewaring en is eiseres laaggeletterd. Eisers hadden namelijk hulp kunnen inschakelen van hun familie dan wel hun gemachtigde. Bovendien heeft verweerder in het bestreden besluit van eiseres uiteengezet welke documenten er van eiseres verwacht konden worden [7] en tijdens het gehoor is haar uitgelegd wat het belang hiervan is. [8] Het standpunt van eiseres dat de motivering van verweerder onzorgvuldig is zonder te specificeren wat er van haar mag worden verwacht, volgt de rechtbank dan ook niet. Daarnaast is niet gebleken dat eisers te vrezen hebben voor de Turkse autoriteiten. Zij hebben ook niet aangevoerd dat zij problemen hebben met de Turkse autoriteiten. Eisers hadden zich dus ook tot de Turkse autoriteiten kunnen wenden om informatie te verkrijgen over hun verblijfsstatus.
Band met Turkije
7.2.
Gelet op Afdelingsjurisprudentie [9] kan een band worden aangenomen wanneer een vreemdeling in het verleden in dat land heeft gewoond. Niet in geschil is dat eisers geruime tijd in Turkije hebben verbleven. Eiser heeft namelijk van 2014 tot 2025 in Turkije verbleven en eiseres van april 2016 tot 2025. Niet is gebleken dat eisers gedurende hun verblijf in Turkije niet mee hebben kunnen draaien in de Turkse maatschappij. Zo spreekt eiser Turks en heeft hij ook gestudeerd. Eisers hebben de mogelijkheid gehad om deel te nemen aan de Turkse samenleving en zij hebben toegang gehad tot voorzieningen. Het standpunt van eisers dat eerder verblijf in Turkije niet betekent dat eisers daardoor ook daadwerkelijk bescherming kunnen krijgen, volgt de rechtbank niet. Voor het vaststellen van een zodanige band dat het voor een vreemdeling redelijk zou zijn om naar dat land te gaan, is niet van belang of die vreemdeling ook daadwerkelijk bescherming kan krijgen.
7.3.
Het standpunt van eisers dat verblijf van familie in het derde land geen reden is om een band met dat land aan te nemen, volgt de eveneens rechtbank niet. Gelet op Afdelingsjurisprudentie [10] kan verblijf van familie in het derde land juist bijdragen aan het vaststellen van de band met dat land. Verweerder heeft dit dus mogen betrekken in zijn beoordeling.
7.4.
Gelet op het voorgaande, is de rechtbank daarom van oordeel dat verweerder voldoende heeft gemotiveerd dat voor eisers sprake is van een zodanige band met Turkije dat het voor hen redelijk zou zijn om naar Turkije te gaan.
Toelating tot Turkije
8. Verweerder heeft mogen vinden dat het aannemelijk is dat eisers worden toegelaten tot Turkije. Gelet op hetgeen overwogen onder 7.1., mocht verweerder zich op het standpunt stellen dat de verblijfsvergunningen van eisers niet zijn ingetrokken en dat zij dus nog geldig verblijfsrecht hebben. Verweerder heeft dit dus mogen betrekken bij de beoordeling of eisers worden toegelaten tot Turkije. Verweerder heeft daarnaast mogen betrekken dat eisers een Chinees paspoort hebben en dat eisers hebben verklaard dat familie al eerder toegelaten is tot Turkije. Gelet op Afdelingsjurisprudentie [11] , heeft verweerder zich ook op het standpunt mogen stellen dat eisers al eerder zijn toegelaten tot Turkije en dat het mede daardoor aannemelijk is dat eisers opnieuw zullen worden toegelaten tot Turkije. Gelet op hetgeen is overwogen onder 5.2. hoeft verweerder alleen aannemelijk te maken dat eisers in beginsel worden toegelaten tot Turkije en dat heeft hij gedaan. Het is aan eisers om aannemelijk te maken dat zij niet worden toegelaten en daar zijn zij niet in geslaagd. Daarnaast is niet gebleken dat er door eisers inspanningen zijn verricht om alsnog te worden toegelaten tot Turkije, hetgeen wel van eisers mag worden verwacht.
8.1.
Verder heeft verweerder zich op het standpunt mogen stellen dat eisers nog steeds in de digitale systemen van Turkije kunnen. Eisers hebben namelijk niet aannemelijk gemaakt dan wel onderbouwd dat zij niet meer kunnen inloggen in deze digitale systemen. Gelet op hetgeen onder 7.1. overwogen, heeft verweerder in zijn beoordeling over toelating tot Turkije niet ten onrechte niet meegenomen dat de verblijfsstatus van eiser is ingetrokken en dat zijn gegevens zouden zijn verdwenen.
8.2.
Het standpunt van eisers dat verweerder zich niet had mogen beroepen op informatie afkomstig van Turkse overheidssites, omdat deze bronnen niet onafhankelijk zijn, volgt de rechtbank niet. De Turkse overheidssites geven namelijk informatie over de toelating tot Turkije. Verweerder heeft dit daarom mogen betrekken bij zijn beoordeling. Verder hebben eisers aangevoerd dat uit een bron uit het Ambtsbericht blijkt dat de Turkse overheid zich niet welwillend zouden opstellen om Oeigoeren weer toe te laten. [12] De rechtbank is het met verweerder eens dat uit één bron niet kan worden geconcludeerd dat eisers niet zullen worden toegelaten tot Turkije.
8.3.
De rechtbank volgt verweerder dan ook in zijn standpunt dat eisers in beginsel tot het grondgebied van Turkije zullen worden toegelaten en dat eisers niet hebben aangetoond dat dit niet het geval is.
Is Turkije voor eisers een veilig derde land?
9. Uit hetgeen eisers in beroep naar voren hebben gebracht over Turkije en de situatie van Oeigoeren kan niet worden afgeleid dat eisers in Turkije niet zullen worden behandeld overeenkomstig de beginselen genoemd in artikel 3.106a van het Vb 2000. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder in zijn besluitvorming, onder verwijzing naar landeninformatie van Turkije, voldoende gemotiveerd dat ten aanzien van Turkije aan deze voorwaarden wordt voldaan. Verweerder heeft daarbij gebruik gemaakt van actuele informatie, waaronder het meest recente ambtsbericht van Turkije van 2025 [13] . Eisers standpunt dat dit ambtsbericht onvoldoende inzichtelijk is, omdat er gebruik wordt gemaakt van vertrouwelijke bronnen, volgt de rechtbank niet. De Afdeling heeft namelijk eerder overwogen dat een ambtsbericht van de minister van Buitenlandse Zaken omtrent de situatie in een land kan worden aangemerkt als een deskundigenadvies aan verweerder ten behoeve van de uitoefening van diens bevoegdheden. Daartoe dient het op onpartijdige, objectieve en inzichtelijke wijze informatie te verschaffen, onder aanduiding - voor zover mogelijk en verantwoord - van de bronnen, waaraan deze informatie is ontleend. Indien aan deze eisen is voldaan, mag verweerder bij de besluitvorming in asielzaken van de juistheid van die informatie uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan. [14] Voor zover mogelijk en wanneer het verantwoord is dienen de bronnen uit het ambtsbericht dus openbaar te zijn. Hieruit volgt echter niet dat verweerder niet van de informatie van het ambtsbericht uit mag gaan, wanneer in het ambtsbericht onder andere gebruik is gemaakt van vertrouwelijke bronnen. Bovendien hebben eisers met de enkele stelling dat het ambtsbericht niet inzichtelijk is door verwijzing naar vertrouwelijke bronnen, onvoldoende aangetoond dat er concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de juistheid of volledigheid van het ambtsbericht Turkije waarnaar verweerder heeft verwezen.
9.1.
Daarnaast is het non-refoulement beginsel ten aanzien van eisers in de periode dat zij in Turkije woonden gerespecteerd door de Turkse autoriteiten en hebben eisers niet aannemelijk gemaakt dat dit nu anders zal zijn. Hoewel eisers erop wijzen dat in de afgelopen jaren in Turkije wel incidenten zijn geweest met Oeigoeren die zijn uitgezet, acht de rechtbank dit onvoldoende om de algemene situatie als onveilig te beoordelen, gelet op het aantal personen waarop die incidenten zagen in verhouding tot het grote aantal Oeigoeren dat in Turkije verblijft. Daarbij acht de rechtbank van belang dat eisers geen argumenten hebben aangedragen waarom Turkije specifiek voor hen niet veilig is. Zo heeft eiser verklaard dat hij in Turkije nooit door de Chinese autoriteiten is benaderd [15] en heeft eiseres verklaard dat zij in Turkije nooit problemen heeft gehad met de Chinese autoriteiten. [16] De informatie uit de brief van VWN maakt het voorgaande niet anders, nu de door eiser aangevoerde passages uit deze brief enkel van één persoon komen. Ten aanzien van het uitleveringsverdrag tussen China en Turkije overweegt de rechtbank tot slot dat Turkije dit verdrag tot op heden niet heeft geratificeerd. Er zijn daarnaast geen indicaties dat het in de toekomst geratificeerd gaat worden en dit is eveneens niet door eisers in beroep aangevoerd.
10. Gelet op het voorgaande heeft verweerder de aanvragen op goede gronden niet-ontvankelijk verklaard. Verweerder heeft daarom ook op goede gronden een terugkeerbesluit en een inreisverbod opgelegd.

Conclusie en gevolgen

11. De beroepen zijn ongegrond. Dat betekent dat eisers geen gelijk krijgen. Eisers krijgen geen vergoeding van hun proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Holleman, rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vlassak, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Artikel 30a, eerste lid, aanhef en onder c, Vreemdelingenwet 2000 (Vw).
2.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, van 6 mei 2024, (ECLI:NL:RVS:2024:1879).
3.Zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), van 20 januari 2021, ECLI:NL:RVS:2021:122.
4.Zie de uitspraak van de Afdeling, van 17 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1480.
5.Zie de uitspraken van de Afdeling van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3378, ECLI:NL:RVS:2017:3379, ECLI:NL:RVS:2017:3380 en ECLI:NL:RVS:2017:3381 en de uitspraak van 17 april 2023, ECLI:NL:RVS:2023:1480.
6.Uitspraak van de Afdeling, van 6 mei 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1879.
7.Voornemen eiseres, 18 september 2025, pagina 2.
8.Gehoorverslag nader gehoor, pagina 6.
9.Zie uitspraak Afdeling, van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3379, r.o. 6.1.
10.Zie uitspraak Afdeling, van 13 december 2017, ECLI:NL:RVS:2017:3379, r.o. 6.1.
11.Zie uitspraak Afdeling, van 11 september 2025, ECLI:NL:RVS:2025:4358, r.o. 3.2.
12.Algemeen Ambtsbericht Turkije, februari 2025, pagina 101.
13.Algemeen ambtsbericht Turkije, februari 2025.
14.Zie uitspraak van de Afdeling, van 1 december 2015, ECLI:NL:RVS:2015:3795, r.o. 2.1.
15.Gehoorverslag nader gehoor eiser, pagina 12.
16.Gehoorverslag nader gehoor eiseres, pagina 15.