Op 4 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in een zaak tussen eiseres, vertegenwoordigd door mr. I. Amghar, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv), vertegenwoordigd door mr. B.M. de Wolff. Eiseres had bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Uwv van 22 november 2024, waarin werd bepaald dat haar uitkering op grond van de Ziektewet per 23 december 2024 zou stoppen. Na het indienen van bezwaar op 9 december 2024, heeft eiseres op 22 oktober 2025 beroep ingesteld wegens het uitblijven van een beslissing op het bezwaar. De rechtbank oordeelde dat de termijn voor het Uwv om te beslissen op het bezwaar was overschreden en dat het beroep gegrond was. De rechtbank heeft bepaald dat het Uwv binnen twee weken na de uitspraak een besluit moet nemen. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat het Uwv de beslistermijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-. Eiseres heeft recht op vergoeding van het betaalde griffierecht en de proceskosten zijn vastgesteld op € 453,50. De rechtbank heeft de uitspraak openbaar gedaan en een afschrift verzonden aan de betrokken partijen.