In deze zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) wegens het niet tijdig beslissen op haar bezwaar tegen de stopzetting van haar uitkering op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De rechtbank heeft vastgesteld dat de beslistermijn door het Uwv is overschreden. Eiseres had op 19 december 2024 bezwaar gemaakt tegen het besluit van 25 november 2024, waarin het Uwv haar uitkering per 26 januari 2025 stopzette. Op 28 oktober 2025 heeft eiseres beroep ingesteld omdat het Uwv niet tijdig op haar bezwaar had beslist. De rechtbank heeft geoordeeld dat het Uwv binnen negen weken na de uitspraak een beslissing moet nemen en dat het Uwv een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen voor elke dag dat deze termijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. Tevens is het Uwv veroordeeld tot betaling van het griffierecht en de proceskosten aan eiseres. De uitspraak is gedaan door mr. J. Schaaf, rechter, en is openbaar uitgesproken op 4 december 2025.