ECLI:NL:RBDHA:2025:23339
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Oostenrijk verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn asielaanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank heeft het beroep beoordeeld zonder zitting en concludeert dat het beroep ongegrond is. De minister mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Oostenrijk, tenzij eiser aannemelijk maakt dat er sprake is van structurele tekortkomingen die leiden tot een reëel risico op schending van artikel 3 EVRM Pro. Eiser heeft dit niet voldoende onderbouwd.
Daarnaast is het betoog van eiser over indirect refoulement niet ontvankelijk omdat binnen de Dublinprocedure niet wordt getoetst of er een risico op indirect refoulement bestaat, tenzij het interstatelijk vertrouwensbeginsel niet langer geldt. Dit is hier niet het geval.
De rechtbank verklaart het beroep ongegrond, waardoor het besluit van de minister in stand blijft en eiser kan worden overgedragen aan Oostenrijk. Eiser krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit om de asielaanvraag niet in behandeling te nemen blijft in stand.