ECLI:NL:RBDHA:2025:24018
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing derde asielaanvraag Sri Lanka met motiveringsgebrek en schadevergoeding wegens termijnoverschrijding
Eiser diende op 13 oktober 2021 zijn derde asielaanvraag in, die door de minister op 10 juli 2025 werd afgewezen. De rechtbank oordeelt dat het besluit een motiveringsgebrek bevat omdat het verzoek om heroverweging niet is beoordeeld bij het oorspronkelijke besluit, maar pas later bij aanvulling. Dit maakt het beroep gegrond.
De rechtbank handhaaft echter de rechtsgevolgen van het besluit, omdat de minister alsnog inhoudelijk op het verzoek om heroverweging is ingegaan en terecht heeft geoordeeld dat eiser geen gegronde vrees voor vervolging loopt bij terugkeer naar Sri Lanka vanwege zijn politieke activiteiten. Ook is het opleggen van een inreisverbod aan eiser gegrond, mede doordat de relatie met zijn Duitse partner onvoldoende was onderbouwd op het moment van het besluit.
Verder is vastgesteld dat de redelijke termijn van twee jaar voor de beroepsfase is overschreden met achttien maanden, wat volledig aan de minister kan worden toegerekend. Daarom kent de rechtbank eiser een schadevergoeding van €1.500 toe. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot betaling van de proceskosten van €2.267,50.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is vastgesteld dat eiser onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij bij terugkeer in Sri Lanka een reëel risico op ernstige schade loopt. Het tonen van symbolen zoals de tijgervlag leidt niet automatisch tot vervolging. De rechtbank bevestigt dat de situatie voor Tamils in Sri Lanka recentelijk is verbeterd en dat vreedzame politieke activiteiten doorgaans worden gedoogd.
Deze uitspraak is gedaan door rechter W. Loof en griffier K.H.M.M. Otten op 12 december 2025, en is openbaar bekendgemaakt.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard wegens motiveringsgebrek, het besluit wordt vernietigd maar de rechtsgevolgen blijven in stand, met een schadevergoeding van €1.500 wegens termijnoverschrijding.