ECLI:NL:RBDHA:2025:24120
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Beoordeling bewaring en zicht op uitzetting in vreemdelingenrechtelijke zaak
Eiser is op 20 november 2025 in bewaring gesteld en op 1 december 2025 is de maatregel omgezet op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser betoogt dat de omzetting te laat heeft plaatsgevonden en dat er geen zicht is op uitzetting naar Tunesië, noch dat de minister voortvarend handelt. Tevens stelt eiser dat een lichter middel dan bewaring passend zou zijn.
De rechtbank oordeelt dat het beroep tegen de bewaring van 20 november 2025 reeds ongegrond is verklaard en dat een eventuele onrechtmatigheid van die maatregel niet automatisch de huidige maatregel onrechtmatig maakt. De rechtbank stelt vast dat de minister terecht uitgaat van een onttrekkingsrisico en dat er voldoende zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn, mede omdat een laissez-passer is aangevraagd en de minister voortvarend handelt.
De rechtbank wijst het argument van eiser dat een lichter middel passend is af, omdat eiser eerder een meldplicht niet is nagekomen en onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat hij duurzaam bij zijn vriendin kan verblijven. De rechtbank concludeert dat de maatregel rechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Het verzoek om schadevergoeding wordt eveneens afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.