ECLI:NL:RBDHA:2025:24156
Rechtbank Den Haag
- Vereenvoudigde behandeling
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening
De rechtbank Den Haag heeft het beroep van eiser tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie ongegrond verklaard, waarbij de minister de asielaanvraag niet in behandeling heeft genomen omdat Duitsland verantwoordelijk is volgens de Dublinverordening.
Eiser stelde dat hij ten onrechte niet opnieuw was uitgenodigd voor een gehoor, dat het standaardvoornemen onvoldoende rekening hield met zijn individuele omstandigheden, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland niet meer geldt vanwege structurele tekortkomingen, en dat artikel 17 van Pro de Dublinverordening toegepast had moeten worden wegens onevenredige hardheid. De rechtbank oordeelde dat eiser geen goede redenen had voor het missen van het gehoor en dat hij via een zienswijze zijn bezwaren kon uiten.
Verder concludeerde de rechtbank dat het voornemen voldoende gemotiveerd was, dat het interstatelijk vertrouwensbeginsel jegens Duitsland nog steeds geldt, en dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat Duitsland zijn internationale verplichtingen niet nakomt. Ook was er geen sprake van bijzondere omstandigheden die toepassing van artikel 17 rechtvaardigen Pro. Tot slot wees de rechtbank het beroep af en bevestigde dat de overdracht aan Duitsland kan plaatsvinden.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de overdracht aan Duitsland blijft in stand.