De zaak betreft een beroep tegen het niet tijdig beslissen van het UWV op bezwaar van een WIA-uitkeringsbesluit. Eiser maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om de uitkering niet te wijzigen, maar het UWV heeft niet binnen de wettelijke termijn op het bezwaar beslist.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat het beroep gegrond is. Gezien de noodzaak van een medische beoordeling door een verzekeringsarts en de structurele tekorten bij het UWV, kwalificeert deze situatie als een bijzonder geval waarbij een langere termijn voor besluitvorming gerechtvaardigd is.
De rechtbank bepaalt dat het UWV binnen zes weken na verzending van de uitspraak de medische beoordeling moet verrichten en binnen drie weken daarna een besluit moet nemen, met een uiterste termijn van negen weken. Voor elke dag overschrijding van deze termijn moet het UWV een dwangsom betalen, met een maximum van € 15.000.
Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het griffierecht en proceskosten aan eiser, terwijl een vergoeding van schade en deskundigenkosten niet wordt toegewezen vanwege gebrek aan concrete onderbouwing.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en de rechter was verhinderd de uitspraak te ondertekenen.