Op 18 december 2025 heeft de Rechtbank Den Haag uitspraak gedaan in de zaak tussen de staatssecretaris van Defensie en het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv). De zaak betreft een beroep ingesteld door de staatssecretaris wegens het uitblijven van een beslissing op bezwaar met betrekking tot de wijziging van de uitkering van een (ex)-werknemer op grond van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA). De staatssecretaris had op 16 mei 2024 bezwaar gemaakt tegen een besluit van het Uwv van 23 april 2024. Na het indienen van het beroep op 30 oktober 2025, heeft de rechtbank vastgesteld dat de termijn om te beslissen op het bezwaar is overschreden. De rechtbank heeft bepaald dat het Uwv binnen negen weken na de uitspraak een beslissing op bezwaar moet nemen. Tevens is er een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd voor elke dag dat de beslistermijn wordt overschreden, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank heeft het Uwv ook opgedragen het betaalde griffierecht van € 385,- aan de staatssecretaris te vergoeden. De uitspraak is gedaan zonder zitting, omdat het beroep kennelijk gegrond was. De rechtbank heeft in haar overwegingen rekening gehouden met de noodzaak van een medische beoordeling door een verzekeringsarts en de structurele problemen bij het Uwv met betrekking tot het tijdig nemen van beslissingen.