ECLI:NL:RBDHA:2025:24879
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing MVV-aanvraag wegens ontbreken bijkomende afhankelijkheid tussen moeder en zoon
Eiseres, van Syrische nationaliteit en lijdend aan schizofrenie, diende een aanvraag in voor een machtiging tot voorlopig verblijf (MVV) als familie- of gezinslid bij haar zoon (referent). De minister wees deze aanvraag af wegens het ontbreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid tussen eiseres en referent, waardoor geen beschermenswaardig familie- of gezinsleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro aanwezig is.
De rechtbank overweegt dat hoewel eiseres en referent jarenlang samenwoonden in Syrië, dit op zichzelf onvoldoende is om van bijkomende afhankelijkheid te spreken. De minister heeft terecht meegewogen dat het in hun cultuur gebruikelijk is dat meerderjarige kinderen bij ouders wonen en dat eiseres zich met hulp van derden kon redden. Ook de medische situatie van eiseres en de emotionele banden met haar kleinzoon zijn onvoldoende onderbouwd om tot een ander oordeel te komen.
De rechtbank concludeert dat de minister zich voldoende heeft gemotiveerd en dat het beroep ongegrond is. Het bestreden besluit blijft in stand en eiseres krijgt geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter R. Tesfai en griffier Y. van Wijk op 22 december 2025.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de MVV-aanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.