In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het tweede beroep van eiser behandeld tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiser had eerder een procedure aangespannen omdat de minister niet tijdig een besluit had genomen op zijn asielaanvraag. De rechtbank had in die eerdere uitspraak bepaald dat de minister binnen zestien weken een besluit moest nemen, met een dwangsom van € 100,- per dag bij overschrijding van deze termijn, tot een maximum van € 7.500,-. In deze nieuwe procedure stelt eiser dat de minister opnieuw niet tijdig heeft beslist op zijn aanvraag van 24 september 2023.
De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De minister heeft de eerder opgelegde beslistermijn van zestien weken overschreden. De rechtbank legt nu een nieuwe beslistermijn op van acht weken, te rekenen vanaf de dag na de bekendmaking van deze uitspraak. Indien de minister niet binnen deze termijn een besluit neemt, moet hij een dwangsom van € 100,- per dag betalen, met een maximum van € 15.000,-. De rechtbank benadrukt dat deze dwangsom bedoeld is als prikkel voor de minister om tijdig een besluit te nemen.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiser, vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is gedaan door mr. H. Hanssen-Telman, in aanwezigheid van griffier A.W. Landman, en is openbaar gemaakt op rechtspraak.nl.