ECLI:NL:RBDHA:2025:25170

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
24 december 2025
Publicatiedatum
24 december 2025
Zaaknummer
NL25.41856
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Vereenvoudigde behandeling
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 2u VwArt. 6:12 AwbArt. 8:55d Awb
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep gegrond wegens niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf

Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op hun aanvraag van 21 oktober 2024 voor een machtiging voorlopig verblijf. De minister had de beslistermijn van 90 dagen met drie maanden verlengd, maar heeft ook na deze verlenging niet binnen de gestelde termijn beslist.

De rechtbank oordeelt dat de ingebrekestelling van eisers per elektronische weg geldig is, ondanks de bezwaren van de minister. De minister heeft niet binnen twee weken na ingebrekestelling beslist, waardoor het beroep ontvankelijk en gegrond is verklaard.

De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op: binnen acht weken moet de minister een besluit nemen, tenzij hij binnen die termijn besluit tot nader onderzoek, dan geldt een termijn van twintig weken. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijn.

Daarnaast moet de minister de proceskosten van eisers vergoeden, vastgesteld op €453,50, en het betaalde griffierecht van €194. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.

Uitkomst: De minister moet binnen acht weken een besluit nemen op de aanvraag, anders volgt een dwangsom tot maximaal €15.000.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.41856

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[naam],

V-nummer: [nummer]
[naam],V-nummer: [nummer],
[naam],V-nummer: [nummer],
[naam],V-nummer: [nummer],
[naam]V-nummer: [nummer],
[naam],V-nummer: [nummer]
[naam],V-nummer: [nummer],
gezamenlijk: eisers,
(gemachtigde:mr. W.L. van Wieringen),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

1. Deze uitspraak gaat over het beroep dat eisers hebben ingediend, omdat de minister volgens hen niet op tijd heeft beslist op de aanvraag van 21 oktober 2024 tot het verlenen van een machtiging voor voorlopig verblijf.
1.1.
De rechtbank doet uitspraak zonder zitting. [1]

Beoordeling door de rechtbank

Is het beroep ontvankelijk en gegrond?
2. De minister moet uiterlijk binnen 90 dagen na het ontvangen van de aanvraag beslissen. [2] De minister heeft deze termijn met drie maanden verlengd. De rechtbank stelt vast dat deze termijn is verstreken. [3] Eisers hebben de minister, na het verstrijken van deze termijn, gevraagd om alsnog binnen twee weken te beslissen. Dat heeft de minister niet gedaan. Eisers hebben vervolgens beroep ingesteld. [4]
3. De minister heeft in zijn verweerschrift aangegeven van mening te zijn dat het beroep tegen het niet tijdig beslissen prematuur is ingediend omdat de minister in gebreke is gesteld door middel van een elektronische ingebrekestelling.
4. De rechtbank volgt de minister niet in dit standpunt. De rechtbank stelt vast dat eisers de minister op 24 juli 2025 per elektronische weg in gebreke hebben gesteld. De minister heeft bij brief van 28 juli 2025 de ontvangst van de ingebrekestelling bevestigd en daarin een standaard tekst opgenomen waarin is vermeld dat een ingebrekestelling ingediend per e-mail of ander digitaal kanaal niet geldig is. De rechtbank is van oordeel dat het indienen van de ingebrekestelling per elektronische weg niet zonder meer betekent dat geen sprake is van een geldige ingebrekestelling. In dit kader wijst de rechtbank op de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, van 8 april 2025. [5] Daarbij hecht de rechtbank veel waarde aan het feit dat de minister de ontvangst van de elektronische ingebrekestelling heeft bevestigd, zonder te motiveren dat en waarom deze in het geval van eisers niet geldig is. De algemene tekst die hierover in de ontvangstbevestiging is opgenomen volstaat niet. De rechtbank acht de ingebrekestelling dan ook geldig. De minister heeft niet binnen twee weken na de ingebrekestelling beslist op de aanvraag. Eisers hebben vervolgens beroep ingesteld. [6]
5. Het beroep is ontvankelijk en gegrond.
Welke beslistermijn legt de rechtbank de minister op?
6. De meervoudige kamer van deze rechtbank, zittingsplaats Arnhem, heeft in de uitspraak van 17 maart 2023 [7] geoordeeld dat bij de overschrijding van de beslistermijn bij aanvragen om gezinshereniging bij een houder van een asielvergunning sprake is van een bijzonder geval [8] , en hier rekening mee dient te worden gehouden bij het bepalen van een nieuwe beslistermijn. De Afdeling [9] vindt de beslistermijnen die de rechtbank in de uitspraak van 17 maart 2023 aan de verschillende fasen in de besluitvorming verbindt redelijk. [10] Dit oordeel heeft de Afdeling in de uitspraak van 21 mei 2025 [11] nogmaals bevestigd.
7. De rechtbank stelt vast dat het dossier (mogelijk) nog niet compleet is, omdat de minister de bij de aanvraag ingediende documenten nog moet beoordelen, van plan is een herstelverzuim te sturen voor nadere documenten of informatie, of in afwachting is van een reactie op die herstelverzuimbrief. De rechtbank bepaalt daarom dat de minister binnen acht weken een beslissing op de aanvraag moet nemen. Dit is anders wanneer de minister binnen deze termijn van acht weken besluit tot nader onderzoek. In dat geval moet de minister binnen twintig weken een beslissing op de aanvraag nemen. De termijn begint op de dag na het bekendmaken van deze uitspraak.
Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?
8. Eisers hebben gevraagd om een dwangsom op te leggen als de minister niet op tijd beslist. De rechtbank bepaalt dat de minister een dwangsom van € 100,- per dag moet betalen als hij de door de rechtbank opgelegde beslistermijn overschrijdt. Hierbij geldt een maximum van € 15.000,-. [12]

Conclusie en gevolgen

9. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eisers gelijk krijgen en de minister binnen
acht weken een besluit moet nemen op de aanvraag
,tenzij de minister binnen deze termijn besluit tot nader onderzoek. In dat geval moet de minister binnen twintig weken een besluit nemen op de aanvraag. Doet de minister dat niet, dan is hij aan eisers een dwangsom verschuldigd. De minister moet ook de maximale bestuurlijke dwangsom aan eisers betalen
.
10. De minister moet de door eisers gemaakte proceskosten vergoeden. Deze kosten stelt de rechtbank vast op € 453,50. [13] De minister moet ook het betaalde griffierecht aan eisers vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het, met een besluit gelijk te stellen, niet tijdig nemen van een besluit;
  • draagt de minister op binnen acht weken na bekendmaking van deze uitspraak alsnog een besluit op de aanvraag bekend te maken. Tenzij de minister binnen deze termijn besluit tot nader onderzoek. In dat geval moet de minister binnen twintig weken na bekendmaking van deze uitspraak een beslissing op de aanvraag bekend maken;
  • bepaalt dat de minister aan eisers een dwangsom van € 100,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 15.000,-;
  • draagt de minister op het betaalde griffierecht van € 194,- aan eisers te vergoeden;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eisers tot een bedrag van
Deze uitspraak is gedaan door mr. R. Tesfai, rechter, in aanwezigheid van A.W. Landman, griffier en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 2u, eerste lid van de Vreemdelingenwet (Vw).
3.Artikel 6:12, tweede lid, aanhef en onder a, van de Awb.
4.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.
6.Artikel 6:12, tweede lid aanhef en onder b, van de Awb.
8.Als bedoeld in artikel 8:55d van de Awb.
9.Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
12.Artikel 8:55d. tweede lid, van de Awb.
13.Op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door de gemachtigde verleende rechtsbijstand, waarbij 1 punt is gerekend voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 0,5.