In deze uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Groningen, wordt het tweede beroep van eiser behandeld tegen de minister van Asiel en Migratie. Eiser had eerder een beroep ingesteld dat gegrond werd verklaard, waarbij de minister werd verplicht om binnen zestien weken een besluit te nemen op de asielaanvraag. De rechtbank had ook bepaald dat bij overschrijding van deze termijn een dwangsom van € 100,- per dag zou worden opgelegd, met een maximum van € 7.500,-. In deze procedure stelt eiser dat de minister niet tijdig heeft beslist op zijn asielaanvraag van 24 oktober 2023. De rechtbank oordeelt dat een nieuwe ingebrekestelling niet nodig is voor het tweede beroep. De minister heeft de eerder opgelegde beslistermijn van zestien weken overschreden, waardoor het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank legt de minister een nieuwe beslistermijn van acht weken op, te rekenen vanaf de bekendmaking van deze uitspraak. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, als de minister deze termijn overschrijdt. De proceskosten van eiser worden vastgesteld op € 453,50. De uitspraak is openbaar gemaakt en kan worden aangevochten door middel van een verzetschrift binnen zes weken na verzending.