ECLI:NL:RBDHA:2025:27108
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Buiten behandeling stelling aanvraag verblijfsvergunning familie en gezin bij partner
Eiser, een Venezolaanse nationaliteit dragende persoon, diende een aanvraag in voor een verblijfsvergunning voor het verblijfsdoel familie en gezin bij zijn partner. Verweerder stelde de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5, eerste lid, Awb, omdat eiser niet de vereiste bewijsstukken had overgelegd ondanks geboden hersteltermijn.
Eiser voerde aan dat hij de gevraagde documenten reeds had ingediend en dat het terugkeerbesluit en de SIS-signalering onterecht waren. Tevens stelde hij dat verweerder het lopende artikel 20 VWEU Pro-procedure niet had betrokken en dat hij geen uitnodiging voor een hoorzitting had ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder binnen zijn bevoegdheid had gehandeld, dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom de stukken niet eerder waren ingediend, en dat de overgelegde stukken in beroep buiten beschouwing blijven. Het motiveringsgebrek omtrent het terugkeerbesluit was niet doorslaggevend en eiser was niet in zijn belangen geschaad.
Het beroep werd ongegrond verklaard, het bestreden besluit bleef in stand, en eiser kreeg geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep tegen de buiten behandeling stelling van de aanvraag verblijfsvergunning familie en gezin bij partner wordt ongegrond verklaard.