ECLI:NL:RBDHA:2025:2780
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens Dublinverordening afgewezen
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel niet in behandeling te nemen, omdat Duitsland verantwoordelijk is voor de behandeling van zijn aanvraag op grond van de Dublinverordening.
De rechtbank oordeelt dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Duitsland. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat er sprake is van aan het systeem gerelateerde tekortkomingen in Duitsland die hem een reëel risico op een schending van zijn rechten opleveren. De rechtbank weegt mee dat eiser toegang had tot rechtsmiddelen in Duitsland en dat de Duitse autoriteiten zijn internationale verplichtingen naleven.
Ook het beroep van eiser op bijzondere individuele omstandigheden op grond van artikel 17 van Pro de Dublinverordening wordt verworpen, omdat deze omstandigheden reeds zijn betrokken bij de beoordeling van het vertrouwensbeginsel. Het beroep wordt daarom ongegrond verklaard en het besluit van de minister blijft in stand.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.