ECLI:NL:RBDHA:2025:3084
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
De minister legde op 10 januari 2025 een maatregel van bewaring op aan eiser, een Griekse nationaliteit dragende vreemdeling. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. De rechtbank hield een telehoorzitting die wegens een alarmsituatie werd aangehouden en hervatte de behandeling op 28 februari 2025.
De rechtbank toetste de rechtmatigheid van het voortduren van de maatregel vanaf het sluiten van het vooronderzoek op 24 januari 2025. Eiser voerde aan dat het vooronderzoek niet tijdig was gesloten en dat de uitspraak niet binnen de wettelijke termijn was gedaan, maar deze gronden werden verworpen. De rechtbank stelde vast dat het vooronderzoek met de uitnodiging van 14 februari 2025 was gesloten, binnen de vereiste termijn van zeven dagen na het instellen van het beroep.
Verder oordeelde de rechtbank dat de minister voldoende voortvarend werkt aan de uitzetting van eiser. De minister voerde meerdere stappen aan, waaronder vertrekgesprekken en het aanvragen van een reisdocument bij de Griekse autoriteiten. De rechtbank vond dat hiermee meer dan gebruikelijke voortvarendheid was betracht. Er was geen aanwijzing dat de Griekse autoriteiten niet meewerkten of geen laissez-passer zouden afgeven.
Ten slotte concludeerde de rechtbank dat er geen aanleiding was om een lichter middel toe te passen dan bewaring, noch dat de bewaring onevenredig bezwarend was geworden. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.