ECLI:NL:RBDHA:2025:3469
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit over rechtmatig verblijf EU-burger zonder werk en voldoende middelen
Eiseres, een Poolse nationaliteit, verblijft sinds 2021 in Nederland en heeft gewerkt via uitzendbureaus. Na het stoppen met werken wegens ziekte van haar partner, leefde zij zwervend en zonder voldoende middelen. De minister stelde vast dat zij geen rechtmatig verblijf meer had op grond van het Unierecht en legde een vertrektermijn van een maand op.
De rechtbank oordeelt dat eiseres niet onvrijwillig werkloos is en niet als werkzoekende is ingeschreven, waardoor zij geen rechtmatig verblijf behoudt als economisch actieve EU-burger. De minister heeft terecht geconcludeerd dat eiseres niet over voldoende middelen beschikt, gezien haar dakloze situatie en afhankelijkheid van hulp. Wel is geoordeeld dat de minister ten onrechte een land van terugkeer (Polen) heeft genoemd in het verwijderingsbesluit.
De rechtbank vernietigt het besluit vanwege deze onjuiste vermelding, maar laat de overige rechtsgevolgen, waaronder de vertrektermijn, in stand. De minister heeft het bezwaar terecht kennelijk ongegrond verklaard, en er is geen schending van artikel 5 EVRM Pro vastgesteld. Eiseres krijgt een proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd vanwege onjuiste vermelding van een land van terugkeer, met behoud van overige rechtsgevolgen.