ECLI:NL:RBDHA:2025:4945
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen maatregel van bewaring wegens informatieplichtgebrek
Eiser, van Nigeriaanse nationaliteit, werd op 13 maart 2025 in bewaring gesteld door verweerder op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet. Eiser stelde dat verweerder niet voldeed aan de informatieplicht omdat geen informatiefolder in begrijpelijke taal was verstrekt. De rechtbank constateerde dat hoewel een informatiefolder mondeling zou zijn uitgereikt, hiervan geen schriftelijke bevestiging was en eiser verklaarde deze niet te hebben ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat het ontbreken van schriftelijke informatie niet automatisch leidt tot onrechtmatigheid van de maatregel, omdat eiser tijdens het gehoor met behulp van een tolk was geïnformeerd en hij beroep had ingesteld. De belangenafweging viel in het voordeel van verweerder uit. De gronden voor bewaring werden als feitelijk juist en voldoende gemotiveerd beoordeeld.
Eiser voerde ook aan dat verweerder niet voortvarend had gehandeld in de uitzettingsprocedure, maar de rechtbank vond dat verweerder adequaat optrad met vertrekgesprekken en lp-aanvraag binnen enkele dagen na bewaring. Het beroep werd ongegrond verklaard, het verzoek om schadevergoeding afgewezen, maar verweerder werd veroordeeld tot betaling van proceskosten van €1.814 aan de rechtsbijstandverlener van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.