ECLI:NL:RBDHA:2025:7415
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling voortduren maatregel bewaring vreemdeling zonder zicht op uitzetting
Eiser, een Nigeriaanse vreemdeling, is op 3 maart 2025 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij heeft tegen het voortduren van deze maatregel op 23 april 2025 beroep ingesteld. De rechtbank heeft het onderzoek gesloten op 30 april 2025 zonder zitting.
De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel getoetst in uitspraken van 25 maart en 22 april 2025, waarbij werd geoordeeld dat de maatregel tot 17 april 2025 rechtmatig was. Het beroep richt zich daarom op het voortduren van de bewaring na die datum.
Eiser voert aan dat er geen zicht is op uitzetting naar Nigeria binnen redelijke termijn, dat een lichter middel mogelijk is omdat hij bij familie kan verblijven, en dat hij wegens een hersenoperatie niet kan reizen en in Nigeria geen medische zorg kan krijgen. De rechtbank acht deze argumenten onvoldoende onderbouwd en ziet geen aanleiding voor een ander oordeel dan eerder is gegeven.
De rechtbank concludeert dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig is en verklaart het beroep ongegrond. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd en tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.