ECLI:NL:RBDHA:2025:759
Rechtbank Den Haag
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst wegens verstoorde arbeidsverhouding zonder verwijtbaar handelen werkgever
De Staat der Nederlanden verzocht de ontbinding van de arbeidsovereenkomst met [verweerder] wegens verwijtbaar handelen dan wel een verstoorde arbeidsverhouding. [verweerder] was sinds 2003 in dienst en had een langdurig traject doorlopen vanwege disfunctioneren, waarbij medische oorzaken en autisme vermoed werden. Na diverse re-integratietrajecten en conflicten over communicatie en het verstrekken van medische informatie ontstond een ernstige verstoring van de arbeidsverhouding.
De kantonrechter oordeelde dat er geen sprake was van verwijtbaar handelen door [verweerder] in het re-integratietraject, maar dat de verstoorde arbeidsverhouding voortkwam uit verschillen in karakter en communicatieproblemen. De Staat had een redelijke grond voor ontbinding, omdat herplaatsing niet mogelijk was binnen een redelijke termijn. De ontbinding werd vastgesteld per 1 maart 2025, met toekenning van een transitievergoeding van €58.051,98 plus wettelijke rente.
Een gevraagde billijke vergoeding wegens ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever werd afgewezen, omdat geen uitzonderlijke gevallen of ernstige schendingen van verplichtingen waren vastgesteld. Partijen dragen ieder hun eigen proceskosten. De uitspraak werd gedaan door kantonrechter N.F.H. van Eijk op 10 januari 2025.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst wordt ontbonden per 1 maart 2025 met toekenning van een transitievergoeding, zonder billijke vergoeding.