ECLI:NL:RBDHA:2025:9178
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag op grond van Dublinverordening en interstatelijk vertrouwensbeginsel
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat volgens de Dublinverordening Bulgarije verantwoordelijk is voor de behandeling. De rechtbank heeft het beroep op 8 april 2025 behandeld en beoordeelt de argumenten van eiser.
De rechtbank overweegt dat de minister mag uitgaan van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Bulgarije, zoals bevestigd in eerdere uitspraken van de Afdeling bestuursrechtspraak. Eiser heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat hij bij overdracht aan Bulgarije een reëel risico loopt op een behandeling in strijd met artikel 3 EVRM Pro en artikel 4 Handvest Pro, mede omdat hij geen recente landeninformatie of documenten heeft overgelegd.
Eiser stelde ook dat hij als gezinslid van zijn minderjarige broer in Nederland aangemerkt had moeten worden, maar heeft de familieband niet aannemelijk gemaakt met documenten. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht geen rekening hoefde te houden met artikel 6, 10 en 16 van de Dublinverordening. Bovendien betreft het een terugnamesituatie, waardoor hoofdstuk 3 van de Dublinverordening niet van toepassing is.
De rechtbank concludeert dat het beroep ongegrond is en het besluit tot niet in behandeling nemen van de aanvraag in stand blijft. Eiser mag worden overgedragen aan Bulgarije en krijgt geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot niet in behandeling nemen van de asielaanvraag blijft in stand.