ECLI:NL:RBDHA:2025:925
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Afwijzing machtiging voorlopig verblijf wegens ontbreken familieleven en bijkomende afhankelijkheid
Eiseres heeft beroep ingesteld tegen de afwijzing van haar aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) als familielid op grond van artikel 8 EVRM Pro. De minister had de aanvraag afgewezen omdat geen sprake zou zijn van een beschermenswaardig familieleven en geen meer dan gebruikelijke afhankelijkheidsrelatie tussen eiseres en haar zoon (referent).
De rechtbank heeft het beroep inhoudelijk beoordeeld en geoordeeld dat de minister terecht alle relevante feiten en omstandigheden heeft meegewogen. De rechtbank oordeelt dat de langdurige niet-samenwoning, de onvoldoende onderbouwde financiële steun, en de emotionele afhankelijkheid niet leiden tot bijkomende elementen van afhankelijkheid die het familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro beschermen.
Ook de stelling dat er sprake zou zijn van hechte persoonlijke banden tussen eiseres en haar kleindochter wordt verworpen, mede omdat deze band niet voldoende onderbouwd is en niet boven de gebruikelijke grootouder-kleinkindrelatie uitstijgt.
De rechtbank volgt de recente jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat bij het ontbreken van bijkomende elementen van afhankelijkheid geen belangenafweging hoeft plaats te vinden. Het beroep wordt ongegrond verklaard, en eiseres krijgt geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de machtiging tot voorlopig verblijf wordt ongegrond verklaard wegens het ontbreken van een beschermenswaardig familieleven en bijkomende elementen van afhankelijkheid.