ECLI:NL:RBDHA:2025:9793
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen overdracht asielzoeker aan Frankrijk op grond van Dublinverordening
Eiser, van Pakistaanse nationaliteit, verzocht om een verblijfsvergunning asiel in Nederland. De minister van Asiel en Migratie nam de aanvraag niet in behandeling omdat Frankrijk volgens de Dublinverordening verantwoordelijk is voor de behandeling van de aanvraag. Eiser voerde aan dat het besluit onzorgvuldig was en dat hij geen adequate opvang en zorg in Frankrijk zou ontvangen, wat zou leiden tot indirect refoulement.
De rechtbank oordeelde dat het besluit zorgvuldig tot stand is gekomen en dat de minister terecht uitgaat van het interstatelijk vertrouwensbeginsel ten aanzien van Frankrijk. Eiser slaagde er niet in aannemelijk te maken dat er sprake is van systematische tekortkomingen in het Franse asielstelsel die een uitzondering op dit vertrouwensbeginsel rechtvaardigen.
Verder was onvoldoende gebleken dat eiser bijzondere kwetsbaarheid heeft die aanvullende garanties vereist, zoals bedoeld in het arrest Tarakhel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ook het beroep op artikel 17 van Pro de Dublinverordening werd verworpen omdat eiser geen duurzame en exclusieve relatie in Nederland aannemelijk maakte.
De rechtbank concludeerde dat het beroep kennelijk ongegrond is en dat eiser mag worden overgedragen aan Frankrijk. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk ongegrond verklaard en eiser mag worden overgedragen aan Frankrijk.