In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn asielaanvraag van 27 november 2023. De rechtbank had in een eerdere procedure al vastgesteld dat de minister binnen acht weken een besluit moest nemen en een dwangsom van €100 per dag bij overschrijding moest betalen, met een maximum van €15.000.
De minister heeft niet binnen de gestelde termijn een besluit genomen, waardoor eiser een tweede beroep heeft ingesteld. De rechtbank oordeelt dat dit beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is. De rechtbank legt opnieuw een beslistermijn van acht weken op, ingaande de dag na de bekendmaking van deze uitspraak.
De rechtbank bepaalt dat de minister bij overschrijding van deze termijn een dwangsom van €100 per dag moet betalen, met een maximum van €15.000. De dwangsom wordt gezien als een redelijke prikkel om het bestuursorgaan tot tijdige besluitvorming te bewegen. Daarnaast veroordeelt de rechtbank de minister tot vergoeding van de proceskosten van eiser, vastgesteld op €233,50 vanwege de beperkte omvang van de werkzaamheden bij een opvolgend beroep.