Eiser, een ontvanger van een WIA-uitkering, verzocht op 20 februari 2024 om herbeoordeling van zijn recht op deze uitkering. Het UWV heeft niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van negen weken beslist op dit verzoek. Eiser stelde het UWV in gebreke en diende vervolgens beroep in bij de rechtbank Den Haag wegens het uitblijven van een beslissing.
De rechtbank constateert dat het UWV de beslistermijn heeft overschreden en dat er sprake is van een bijzonder geval vanwege het structurele tekort aan verzekeringsartsen, wat de medische beoordeling vertraagt. De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin een termijn van negen weken is vastgesteld voor het verrichten van de medische beoordeling en het nemen van een besluit.
De rechtbank wijst het verzoek van het UWV af om een langere beslistermijn toe te staan, omdat onvoldoende onderbouwing is gegeven. Het UWV wordt opgedragen binnen negen weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €100 per dag opgelegd met een maximum van €15.000, en wordt de hoogte van de reeds verbeurde dwangsom vastgesteld op €1442. Het UWV moet het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiser vergoeden.