In deze bestuursrechtelijke zaak heeft eiseres beroep ingesteld tegen het UWV vanwege het uitblijven van een beslissing op haar bezwaar tegen het stopzetten van haar WIA-uitkering per 4 augustus 2025.
De rechtbank stelt vast dat het UWV de beslistermijn van negen weken, zoals voorgeschreven in artikel 8:55d Awb, heeft overschreden. Het UWV heeft dit toegeschreven aan een tekort aan verzekeringsartsen, wat de rechtbank als een bijzonder geval kwalificeert dat een langere termijn rechtvaardigt.
De rechtbank verwijst naar eerdere uitspraken waarin is bepaald dat het UWV binnen zes weken na uitspraak een medische beoordeling moet verrichten en binnen drie weken daarna een besluit moet nemen, met een maximum van negen weken na de uitspraak. Omdat het UWV nog geen datum voor de medische beoordeling heeft vastgesteld, geldt deze termijn onverkort.
De rechtbank legt een dwangsom van €100 per dag op voor elke dag dat het UWV de termijn overschrijdt, met een maximum van €15.000. Tevens wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten aan eiseres.