Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse derdelander die rechtmatig in Oekraïne verbleef, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. Verweerder besloot op 7 februari 2024 de tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 maart 2024, waarna eiser beroep instelde. Na prejudiciële vragen en jurisprudentie van het Hof van Justitie en de Afdeling bestuursrechtspraak, nam verweerder op 6 september 2025 een vervangend terugkeerbesluit.
Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit prematuur was, dat geen individuele belangenafweging had plaatsgevonden, dat het evenredigheids-, rechtszekerheids- en vertrouwensbeginsel waren geschonden en dat hij niet was gehoord. De rechtbank oordeelde dat het vervangende besluit voldoet aan de Terugkeerrichtlijn en dat geen toezeggingen zijn gedaan die het vertrouwen van eiser rechtvaardigen dat zijn bescherming niet eerder zou eindigen dan die van Oekraïners.
De rechtbank stelde vast dat er geen onmiskenbaar risico op schending van het non-refoulementbeginsel bij terugkeer naar Algerije is aangetoond en dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om te reageren op het voornemen tot terugkeerbesluit. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten vanwege het gebrek in het oorspronkelijke besluit.
Uitkomst: Het beroep tegen het beëindigen van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.