Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende derdelander die rechtmatig in Oekraïne verbleef, kreeg tijdelijke bescherming in Nederland na de inval in Oekraïne. Verweerder besloot op 7 februari 2024 de tijdelijke bescherming te beëindigen per 4 maart 2024, waarna eiser beroep instelde. De rechtbank hield het beroep aan in afwachting van prejudiciële vragen en vervolguitspraak van hogere instanties.
Na beantwoording van deze vragen en nieuwe besluiten van verweerder, werd het beroep voortgezet. Eiser voerde aan dat het terugkeerbesluit prematuur was, dat verweerder niet aan artikel 3 EVRM Pro had getoetst, en dat er geen individuele belangenafweging was gemaakt. Ook stelde hij dat hij als partner van een Oekraïense burger aanspraak maakte op afgeleid verblijfsrecht.
De rechtbank oordeelde dat het vervangende terugkeerbesluit aan de wettelijke vereisten voldoet, dat geen toezeggingen zijn gedaan die het vertrouwen van eiser schaden, en dat het evenredigheidsbeginsel niet van toepassing is omdat de tijdelijke bescherming van rechtswege eindigt. Ook is geen sprake van een reëel risico op schending van het non-refoulementbeginsel bij terugkeer naar Turkije. Het beroep wordt ongegrond verklaard, maar verweerder wordt veroordeeld in de proceskosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep tegen het beëindigen van de tijdelijke bescherming wordt ongegrond verklaard en het terugkeerbesluit blijft in stand.